AMSTERDAM - Nu het buiten slecht weer is, hang je al
gauw je natte was binnen. Het liefst dicht bij de verwarming. Uit onderzoek van
Mackintosh School of Architecture in Glasgow blijkt echter dat dit slecht voor
de gezondheid is. Vooral bij mensen die vatbaar zijn voor astma, hooikoorts en
andere allergieën.
Een wasje zorgt al snel voor twee liter vocht in huis. Volgens de
onderzoekers hebben zelfs drie op de vier huizen een te hoog vochtgehalte. Dat
kan leiden tot de ontwikkeling van huisstofmijten en zelfs tot sporen van
schimmels die longinfecties kunnen veroorzaken bij mensen met een verzwakt
afweersysteem.
Buiten drogen
Als je binnen de was wil drogen dan is het beste om dat in aparte ruimte te
doen die verwarmd en geventileerd wordt. Toch blijft buiten drogen een stuk
gezonder en het is ook nog eens beter voor de was. Wasgoed dat je buiten hangt,
ruikt in het algemeen frisser. En de wind zorgt ervoor dat de kreuken wegblijven
en je minder hoeft te strijken.
Bron: Telegraaf.nl
Praktijk - De Blauwe Adelaar
Posts tonen met het label astma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label astma. Alle posts tonen
donderdag 15 november 2012
donderdag 5 juli 2012
Katten verkleinen kans op beroertes en andere voordelen van huisdieren
Waarom is niet bekend, maar katteneigenaren hebben minder beroertes dan mensen zonder een kat. Dit is deels te wijten aan het effect dat een huisdier heeft op de bloedsomloop, maar het kan ook te maken hebben met het feit dat een kat vaak het middelpunt van de belangstelling is. De katteneigenaar wordt dan afgeleid van andere zorgen.

Steeds meer wetenschappelijke onderzoeken bewijzen: een huisdier maakt blijvend gezonder. Zo zijn ze een natuurlijke moodbooster: 15 minuten doorbrengen met de hond of kijken naar zwemmende vissen, vermindert stressgevoel. Daarnaast zijn mensen met Aids vaak minder depressief wanneer ze een huisdier hebben en mensen met Alzheimer zijn minder angstig met een dier in huis. Met name katten blijken in deze gevallen bijzonder nuttig, omdat ze minder zorg behoeven dan bijvoorbeeld honden. Maar het hebben van een huisdier heeft meer positieve effecten.
Minder beroertes bij kattenbezitters
Waarom is niet bekend, maar katteneigenaren hebben minder beroertes dan mensen zonder een kat. Dit is deels te wijten aan het effect dat een huisdier heeft op de bloedsomloop, maar het kan ook te maken hebben met het feit dat een kat vaak het middelpunt van de belangstelling is. De katteneigenaar wordt dan afgeleid van andere zorgen.
Astma preventie
Het klinkt vreemd, want een allergie voor een dier is één van de meest voorkomende triggers van astma. Maar onderzoekers hebben de effecten van het hebben van een kat onderzocht op kinderen met een verhoogd risico op astma. Het bleek dat deze kinderen significant minder kans hebben om astma te ontwikkelen. Er is echter één uitzondering: kinderen van een moeder met een kattenallergie heeft drie keer meer kans om astma te ontwikkelen na vroege blootstelling aan katten.
Snack alarm
Voor mensen met diabetes kan een plotselinge daling in het niveau van de bloedglucose ernstige gevolgen hebben. Maar sommige honden kunnen hun baasje hiervoor waarschuwen. Ze reageren op een chemische verandering in het lichaam. Het alarm geeft de eigenaar tijd om een hapje te eten en zo een noodsituatie te voorkomen. Ongeveer één op de drie honden die met een diabetespatiënt samenleven hebben dit vermogen.
Work out met je kat
Je spieren uitrekken is gezond: het houdt je soepel als je bijvoorbeeld lang gewerkt hebt. Katteneigenaren doen er goed aan om een voorbeeld te nemen aan hun kat: kijk hoe vaak ze zich uitstrekt en volg haar. En als het je lukt, doe dan precies hetzelfde wat de kat doet. Anders zijn strekoefeningen voor het bovenlichaam, uitgevoerd op een stoel, ook al voldoende.
Steeds meer wetenschappelijke onderzoeken bewijzen: een huisdier maakt blijvend gezonder. Zo zijn ze een natuurlijke moodbooster: 15 minuten doorbrengen met de hond of kijken naar zwemmende vissen, vermindert stressgevoel. Daarnaast zijn mensen met Aids vaak minder depressief wanneer ze een huisdier hebben en mensen met Alzheimer zijn minder angstig met een dier in huis. Met name katten blijken in deze gevallen bijzonder nuttig, omdat ze minder zorg behoeven dan bijvoorbeeld honden. Maar het hebben van een huisdier heeft meer positieve effecten.
Minder beroertes bij kattenbezitters
Waarom is niet bekend, maar katteneigenaren hebben minder beroertes dan mensen zonder een kat. Dit is deels te wijten aan het effect dat een huisdier heeft op de bloedsomloop, maar het kan ook te maken hebben met het feit dat een kat vaak het middelpunt van de belangstelling is. De katteneigenaar wordt dan afgeleid van andere zorgen.
Astma preventie
Het klinkt vreemd, want een allergie voor een dier is één van de meest voorkomende triggers van astma. Maar onderzoekers hebben de effecten van het hebben van een kat onderzocht op kinderen met een verhoogd risico op astma. Het bleek dat deze kinderen significant minder kans hebben om astma te ontwikkelen. Er is echter één uitzondering: kinderen van een moeder met een kattenallergie heeft drie keer meer kans om astma te ontwikkelen na vroege blootstelling aan katten.
Snack alarm
Voor mensen met diabetes kan een plotselinge daling in het niveau van de bloedglucose ernstige gevolgen hebben. Maar sommige honden kunnen hun baasje hiervoor waarschuwen. Ze reageren op een chemische verandering in het lichaam. Het alarm geeft de eigenaar tijd om een hapje te eten en zo een noodsituatie te voorkomen. Ongeveer één op de drie honden die met een diabetespatiënt samenleven hebben dit vermogen.
Work out met je kat
Je spieren uitrekken is gezond: het houdt je soepel als je bijvoorbeeld lang gewerkt hebt. Katteneigenaren doen er goed aan om een voorbeeld te nemen aan hun kat: kijk hoe vaak ze zich uitstrekt en volg haar. En als het je lukt, doe dan precies hetzelfde wat de kat doet. Anders zijn strekoefeningen voor het bovenlichaam, uitgevoerd op een stoel, ook al voldoende.
Labels:
astma,
Beroertes,
bloedsomloop,
dieren,
Gezondheid,
Katten,
Welzijn,
ziektes
zondag 6 mei 2012
Amish-kinderen opvallend immuum voor allergieën
Amish-kinderen die zijn opgegroeid op boerderijen in de staat Indiana lijden nog minder vaak aan astma en allergieën dan Zwitserse boerderijkinderen, een groep die erom bekend staat relatief vrij te zijn van allergieën.
“Het gaat om extreem weinig gevallen,” zei Dr. Mark Holbreich. “De Amish zijn blijkbaar nog beter beschermd dan Europeaanse boerderijbewoners.”
Boerderij-effect
Onderzoekers observeren dit ‘boerderij-effect’ al lange tijd, maar er is nog maar weinig bekend over het opgroeien van kinderen op Noord-Amerikaanse boerderijen.
Holbreich is een allergist uit Indianapolis en behandelt Amish-gemeenschappen al twee decennia lang.
Hij is tot de conclusie gekomen dat zeer weinig Amish allergieën hebben.
Terwijl studies over het boerderij-effect in Europa enkele jaren geleden begonnen te verschijnen vroeg Holbreich zich af of hetzelfde fenomeen zich voordoet in de Verenigde Staten.
Hij vergeleek Zwitserse boerderijkinderen met Amish-kinderen uit Indiana en kinderen die niet op het platteland zijn opgegroeid. Amish-gezinnen komen van oorsprong uit Zwitserland en passen voornamelijk landbouwmethoden uit de 19e eeuw toe. Ze hebben geen auto of televisie.
De onderzoekers keken naar 157 Amish-gezinnen, ongeveer 3.000 Zwitserse boerengezinnen en bijna 11.000 Zwitserse gezinnen die niet op een boerderij woonden. De kinderen waren allemaal zes tot 12 jaar oud.
Gevoeligheid
Ze ontdekten dat slechts vijf procent van de Amish-kinderen gediagnosticeerd was met astma, tegen 6,8 procent van de Zwitserse boerderijkinderen en 11,2 procent van de overige Zwitserse kinderen.
Daarnaast werden 138 Amish-kinderen getest op gevoeligheid voor allergie. Slechts 10 kinderen (zeven procent) testten positief, tegen 25 procent van de Zwitserse boerderijkinderen en 44 procent van de overige Zwitserse kinderen. De resultaten zijn gepubliceerd in het Journal of Allergy and Clinical Immunology.
Microben
De wetenschappers denken dat boerderijkinderen minder vaak last hebben van allergieën en astma omdat ze worden blootgesteld aan microben en contact hebben met koeien. Holbreich denkt dat het drinken van rauwe melk ook meespeelt bij het boerderij-effect.
Doordat de kinderen al vroeg worden blootgesteld aan potentiële allergenen en pathogenen op een boerderij herkent het immuunsysteem ze en reageert het niet overdreven op ongevaarlijke microben.
Waarom de Amish-kinderen nóg minder last hebben van allergieën en astma dan andere boerderijkinderen is voor Holbreich nog een raadsel. Niburu biedt Holbreich graag een helpende hand met de steekwoorden vaccins, pesticiden, chemtrails, antibiotica en E-nummers.
Bron: Reuters.com via Niburu.nl
“Het gaat om extreem weinig gevallen,” zei Dr. Mark Holbreich. “De Amish zijn blijkbaar nog beter beschermd dan Europeaanse boerderijbewoners.”
Boerderij-effect
Onderzoekers observeren dit ‘boerderij-effect’ al lange tijd, maar er is nog maar weinig bekend over het opgroeien van kinderen op Noord-Amerikaanse boerderijen.
Holbreich is een allergist uit Indianapolis en behandelt Amish-gemeenschappen al twee decennia lang.
Hij is tot de conclusie gekomen dat zeer weinig Amish allergieën hebben.
Terwijl studies over het boerderij-effect in Europa enkele jaren geleden begonnen te verschijnen vroeg Holbreich zich af of hetzelfde fenomeen zich voordoet in de Verenigde Staten.
Hij vergeleek Zwitserse boerderijkinderen met Amish-kinderen uit Indiana en kinderen die niet op het platteland zijn opgegroeid. Amish-gezinnen komen van oorsprong uit Zwitserland en passen voornamelijk landbouwmethoden uit de 19e eeuw toe. Ze hebben geen auto of televisie.
De onderzoekers keken naar 157 Amish-gezinnen, ongeveer 3.000 Zwitserse boerengezinnen en bijna 11.000 Zwitserse gezinnen die niet op een boerderij woonden. De kinderen waren allemaal zes tot 12 jaar oud.
Gevoeligheid
Ze ontdekten dat slechts vijf procent van de Amish-kinderen gediagnosticeerd was met astma, tegen 6,8 procent van de Zwitserse boerderijkinderen en 11,2 procent van de overige Zwitserse kinderen.
Daarnaast werden 138 Amish-kinderen getest op gevoeligheid voor allergie. Slechts 10 kinderen (zeven procent) testten positief, tegen 25 procent van de Zwitserse boerderijkinderen en 44 procent van de overige Zwitserse kinderen. De resultaten zijn gepubliceerd in het Journal of Allergy and Clinical Immunology.
Microben
De wetenschappers denken dat boerderijkinderen minder vaak last hebben van allergieën en astma omdat ze worden blootgesteld aan microben en contact hebben met koeien. Holbreich denkt dat het drinken van rauwe melk ook meespeelt bij het boerderij-effect.
Doordat de kinderen al vroeg worden blootgesteld aan potentiële allergenen en pathogenen op een boerderij herkent het immuunsysteem ze en reageert het niet overdreven op ongevaarlijke microben.
Waarom de Amish-kinderen nóg minder last hebben van allergieën en astma dan andere boerderijkinderen is voor Holbreich nog een raadsel. Niburu biedt Holbreich graag een helpende hand met de steekwoorden vaccins, pesticiden, chemtrails, antibiotica en E-nummers.
Bron: Reuters.com via Niburu.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)