Praktijk - De Blauwe Adelaar
Posts tonen met het label positief denken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label positief denken. Alle posts tonen
donderdag 3 mei 2012
Geloof in toekomst bepalend voor het geluksgevoel
Personen die in een rooskleurige toekomst geloven, voelen zich ook in het heden het meest gelukkig. Dat is de conclusie van een onderzoek in Australië en China onder leiding van wetenschappers aan de University of Queensland. De onderzoekers merken op dat het individu zich het beste blijkt te voelen wanneer verwacht wordt dat er nog heel wat goede dingen in het verschiet liggen. Er wordt aan toegevoegd dat het individu veel minder door spijt wordt beheerst dan tot nu toe vaak werd aangenomen.
"Het individu overschat de positieve vooruitzichten voor de toekomst," merkt onderzoeksleider Paul Frijters op. "Deze rooskleurige vooruitzichten blijken cruciaal te zijn voor de tevredenheid over de huidige situatie." De onderzoekers stelden vast dat de verwachting over de toekomstige gezondheidstoestand ongeveer één zesde van het effect op de actuele tevredenheid heeft dan de huidige daadwerkelijke gezondheidssituatie.
De onderzoekers merkten ook op dat vijfendertigplussers en vrouwen geneigd waren om een groter belang toe te kennen aan hun toekomstige gezondheid dan mannen en jongere respondenten. Voor deze laatste groepen vormde de toekomstige gezondheid geen factor voor geluk. Professor Frijters wijst er ook op dat in China de armste bevolkingsgroepen, gevestigd op het platteland, zich het meest gelukkig voelden, dankzij de extreem hoge verwachtingen rond hun toekomstige inkomen.
De minst gelukkige inwoners van China moeten volgens de onderzoekers worden gezocht bij de groep die van het platteland naar de steden is verhuisd. "Hoewel deze groep meer dan het dubbele verdient van de landelijke bevolking, ligt het tevredenheidsniveau er gevoelig lager," voert Paul Frijters aan. Dat heeft volgens de onderzoekers te maken het verwachtingen die niet werden ingevuld. (MH)
Bron: Express.be
woensdag 11 april 2012
Goede nachtrust wekt vrolijke gedachten op
Onze allereerste kus, fuif of zomervakantie, stuk voor stuk leuke herinneringen waarvan we jammer genoeg de helft alweer vergeten zijn. Gelukkig bestaat er een oplossing om onze positieve herinneringen te versterken: slapen. Dit blijkt uit een Amerikaanse studie.
Vervolgens werden de jongeren onderverdeeld in twee groepen, waarvan de ene 's nachts mocht slapen en de andere niet. Twaalf uur later stelden de onderzoekers vast dat de jongeren die geslapen hadden de positieve foto's beter konden herinneren dan zij die de hele tijd wakker waren gebleven.
"Uit de resultaten van ons onderzoek blijkt dat onze positieve herinneringen versterken tijdens onze slaap", aldus professor Rebecca Spencer. "Deze herinneringen kunnen bepalend zijn voor het verwerkingsproces dat plaatsvindt wanneer we slapen."
Daarnaast gelooft Spencer dat haar onderzoeksresultaten ook een belangrijke rol kunnen spelen bij de behandeling van post-traumatische stressstoornissen. Zo zouden we wanneer we wakker zijn zowel onze positieve als negatieve herinneringen automatisch verdringen.
Eerder waren wetenschappers al tot de ontdekking gekomen dat slapeloosheid een biologisch en gezond hulpmiddel is om negatieve emoties na een traumatische ervaring te beperken. Wanneer we wakker zijn, vertroebelt ons brein immers alle negatieve gedachten, terwijl het tegelijk de positieve verdraait. Daarom moet volgens Spencer slapeloosheid na een traumatische ervaring behandeld worden, zodat de positieve herinneringen versterken en ze bijgevolg de negatieve overschaduwen.
Uit een gelijkaardige studie bleek eerder al dat proefpersonen grappige cartoons veel makkelijker kunnen onthouden dan minder grappige.
Bron: HLN.be
woensdag 11 januari 2012
Vertrouwen in medemens neemt toe
Nederland is in een aantal opzichten steeds positiever gaan denken. Een meerderheid van de bevolking heeft vertrouwen in elkaar, in de politiek, in de politie en in het rechtsstelsel. Uit vandaag gepubliceerd onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat dit vertrouwen in de periode 2002-2010 is toegenomen.
Ons land loopt daarmee binnen Europa samen met de Scandinavische landen voorop in wat het CBS 'het sociale, politieke en institutionele vertrouwen' noemt. In 2010 zei 67 procent van de Nederlanders geloof te hebben in de medemens, tegen 58 procent in 2002. Ook in tussenliggende jaren groeide dat percentage.
Verder is er vanaf 2002 een sterke toename in het vertrouwen in het rechtsstelsel en de politie. Het politieke vertrouwen groeide ook, maar stagneerde wel in 2008. Een krappe meerderheid ziet het zitten in de Nederlandse politici. Daarmee zijn wij wel koploper, want in geen van de andere Europese land genieten politici meer krediet.
Wat betreft het vertrouwen in de medemens lopen in Europa alleen de Scandinaviërs op ons voor. Onze buren Duitsland (35 procent) en België (43 procent) komen achter ons.
Verder is er vanaf 2002 een sterke toename in het vertrouwen in het rechtsstelsel en de politie. Het politieke vertrouwen groeide ook, maar stagneerde wel in 2008. Een krappe meerderheid ziet het zitten in de Nederlandse politici. Daarmee zijn wij wel koploper, want in geen van de andere Europese land genieten politici meer krediet.
Wat betreft het vertrouwen in de medemens lopen in Europa alleen de Scandinaviërs op ons voor. Onze buren Duitsland (35 procent) en België (43 procent) komen achter ons.
Bron: PowNed.nl
Labels:
politie,
politiek,
poltici,
positief denken,
positieve emoties,
psychologie,
rechsstelsel,
Vertrouwen
Locatie:
Nederland
vrijdag 23 december 2011
Kind weet al dat positief denken fijn is
Geschreven door Caroline Hoek

Wetenschappers hebben ontdekt dat kinderen van vijf jaar al begrijpen dat positieve gedachten leiden tot een fijner gevoel.
De onderzoekers verzamelden 90 kinderen (tussen de vijf en tien jaar oud) en lieten ze zes verhalen horen. In de verhalen kwamen twee mensen voor. De ene maakte iets fijns mee (hij kreeg bijvoorbeeld een hond). De ander iets naars (hij gooit een glas melk om). Het verhaal eindigde met de gedachten van de twee karakters. Soms waren die negatief, zelfs als ze iets prettigs hadden meegemaakt. En soms waren ze positief, ook al hadden ze niets naars meegemaakt.
Gevoel
De onderzoekers vroegen de kinderen vervolgens om te raden hoe de karakters zich na afloop van het verhaal voelden. Kinderen van vijf jaar bleken al te begrijpen dat iemand met een positieve gedachte zich prettiger voelde dan iemand met een negatieve gedachte.
Optimistisch
Wel bleken sommige kinderen moeilijk te kunnen begrijpen dat een positieve gedachte iemand na een nare gebeurtenis een goed gevoel kan geven. Kinderen die van zichzelf optimistisch waren, begrepen dat beter dan pessimistische kinderen. Maar opvallend genoeg bleken ook de ouders hier een rol in te spelen. Zelfs nog een grotere rol dan de kinderen zelf. Hoe zij tegen de situatie aankeken, bleek doorslaggevend voor de kijk van het kind. “De sterkste voorspellende factor was niet de hoop of het optimisme van het kind zelf, maar van hun ouders,” vertelt onderzoeker Christi Bamford.
Ouders kunnen dan ook veel leren van dit onderzoek, zo is binnenkort in het blad Child Development te lezen. Zij zouden hun kinderen moeten helpen om te begrijpen dat positieve gedachten juist in moeilijke omstandigheden heel fijn zijn.
Bron: Scientias.nl
De onderzoekers verzamelden 90 kinderen (tussen de vijf en tien jaar oud) en lieten ze zes verhalen horen. In de verhalen kwamen twee mensen voor. De ene maakte iets fijns mee (hij kreeg bijvoorbeeld een hond). De ander iets naars (hij gooit een glas melk om). Het verhaal eindigde met de gedachten van de twee karakters. Soms waren die negatief, zelfs als ze iets prettigs hadden meegemaakt. En soms waren ze positief, ook al hadden ze niets naars meegemaakt.
Gevoel
De onderzoekers vroegen de kinderen vervolgens om te raden hoe de karakters zich na afloop van het verhaal voelden. Kinderen van vijf jaar bleken al te begrijpen dat iemand met een positieve gedachte zich prettiger voelde dan iemand met een negatieve gedachte.
Optimistisch
Wel bleken sommige kinderen moeilijk te kunnen begrijpen dat een positieve gedachte iemand na een nare gebeurtenis een goed gevoel kan geven. Kinderen die van zichzelf optimistisch waren, begrepen dat beter dan pessimistische kinderen. Maar opvallend genoeg bleken ook de ouders hier een rol in te spelen. Zelfs nog een grotere rol dan de kinderen zelf. Hoe zij tegen de situatie aankeken, bleek doorslaggevend voor de kijk van het kind. “De sterkste voorspellende factor was niet de hoop of het optimisme van het kind zelf, maar van hun ouders,” vertelt onderzoeker Christi Bamford.
Ouders kunnen dan ook veel leren van dit onderzoek, zo is binnenkort in het blad Child Development te lezen. Zij zouden hun kinderen moeten helpen om te begrijpen dat positieve gedachten juist in moeilijke omstandigheden heel fijn zijn.
Bron: Scientias.nl
maandag 12 december 2011
Optimistisch brein negeert negatieve informatie
Geschreven door Caroline Hoek
Wetenschappers hebben ontdekt dat de hersenen van sommige mensen negatieve gedachten over de toekomst simpelweg negeren.
De onderzoekers verzamelden veertien mensen en stelden vast hoe optimistisch de proefpersonen waren. Vervolgens werden de hersenen van de proefpersonen gescand terwijl ze vragen kregen over tachtig negatieve gebeurtenissen. Bijvoorbeeld: ‘Hoe waarschijnlijk is het dat je met kanker te maken krijgt?’ De proefpersonen kregen daarna ook te horen hoe groot de werkelijke kans was. En helemaal aan het eind van het experiment moesten de proefpersonen opnieuw aangeven hoe groot de kans volgens hen was.
Resultaten
En dat levert opvallende resultaten op. De kans dat iemand kanker krijgt, is dertig procent. De mensen die dachten dat hun risico veertig procent was, stelden dit aan het eind bij naar 31 procent. Maar de mensen die eerst dachten dat het 10 procent was, pasten dat percentage ook na het horen van het werkelijke percentage amper aan.
Verwerken
Wanneer de proefpersonen positief nieuws te horen kregen (bijvoorbeeld: de kans op kanker is in werkelijkheid kleiner dan gedacht) vertoonden ze meer activiteit in de frontale kwab. Dat is logisch: dit deel van de hersenen verwerkt ‘fouten’ en zet die recht. Wanneer pessimisten negatieve informatie te verwerken kregen, was de activiteit in de frontale kwab het grootst. Bij de optimisten was de activiteit bij negatieve informatie het kleinst. Het lijkt erop dat het brein last heeft van Oost-Indische doofheid: het hoort alleen wat het wil horen en is beter in staat om positief nieuws te verwerken.
Altijd optimistisch
Het onderzoek laat zien hoe het kan dat sommige mensen altijd maar optimistisch blijven. Zelfs als de kansen in hun nadeel zijn. “Roken is dodelijk werkt niet als mensen denken dat de kansen op kanker klein zijn,” legt onderzoeker Tali Sharot uit. “De kans op een scheiding is vijftig procent, maar mensen denken niet dat zij ermee te maken krijgen.” Ondanks overtuigend bewijs kan het brein er toch voor kiezen om iets heel anders te geloven, zo is binnenkort in het blad Nature Neuroscience te lezen.
En daar lijkt niets mis mee: optimisme is gezond. Mensen die optimistisch zijn, hebben bijvoorbeeld een kleinere kans op hartziekten. Tegelijkertijd is optimisme ook een beetje gevaarlijk: mensen zien reële risico’s soms over het hoofd.
Bron: Scientias.nl
Abonneren op:
Posts (Atom)