Posts tonen met het label optimisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label optimisme. Alle posts tonen

zaterdag 12 januari 2013

Ons betere ik – Waarom de mens steeds minder geweld gebruikt

vrede

Op 9 december verscheen een indrukwekkend, realistisch, optimistisch en geëngageerd boek van Steven Pinker, ‘Ons betere ik. Waarom de mens steeds minder geweld gebruikt’ (The Better Angels of Our Nature. Why Violence Has Declined).

De verschrikkelijke beelden van oorlogen en geweld die we in de media zien geven ons de indruk dat onze tijd de gewelddadigste aller tijden is. Het omgekeerde is waar, in feite leven we in gouden tijden, laat Steven Pinker zien in het boek ‘Ons betere ik. ‘

Om dit aan te tonen wordt de lezer een breed scala aan wetenschappelijke feiten geboden. Feiten uit de geschiedenis van de oudste tijden tot nu, uit de gedragswetenschappen, statistische gegevens etc.



Bovenstaande grafiek uit z’n boek toont het aantal gesneuvelden in oorlogen. De grootouders van vele van de huidige babyboomers maakten twee wereldoorlogen mee. Vandaag groeit een hele generatie op die er geen idee van heeft wat oorlog betekent. Volgens het Vredesinstituut in Oslo zijn de voorbije tien jaar minder oorlogsslachtoffers gevallen dan welk moment dan ook in de vorige eeuw.

Pinker legt uit waarom we ons menselijker zijn gaan gedragen. Ons leven is verbeterd – en zo gaan we indirect andermans leven meer waarderen. En hoe meer we met anderen te maken krijgen, des te meer groeit onderling begrip. Pinker laat zien dat agressie, wraak en sadisme het in toenemende mate afleggen tegen empathie en zelfbeheersing.



Bron: Happynews.nl

donderdag 14 juni 2012

Overtuiging



Gevoelens en stemmingen veranderen herhaaldelijk in de loop van de dag door het contact met anderen en onder invloed van gebeurtenissen en omstandigheden. Je schommelingen in stemming en gedrag zijn in hoge mate het resultaat van hoe je denkt. Diepergewortelde denkgewoonten, attitudes, ontwikkelen zich tot gevoelens, die veel beperkender zijn dan vluchtige gevoelens die komen en weer verdwijnen. Achter positief of negatief ingesteld zijn zit meestal een levenshouding, ook wel attitude genoemd. Zoals ook aan optimistisch of pessimistisch zijn meestal een attitude ten grondslag ligt. Een attitudeverandering van pessimistisch naar optimistisch kan een spectaculaire verandering geven in het uiteindelijke resultaat van hoe je 'in het leven staat.' Het omgekeerde geldt in dit geval ook.

Onderzoek hiernaar bij optimistisch en pessimistisch ingestelde verkopers toonde aan dat een positieve attitude de verkoopcijfers deed stijgen, terwijl een pessimistische leidde tot een daling. Bovendien bleek het effect zich door de tijd heen te vergroten. Veel langer en sterker inwerkend dan kortstondige gevoelens, of zelfs attitudes, zijn echter je op een dieper denkniveau liggende overtuigingen. Qua potentie om je te kunnen beïnvloeden is er dus een gelaagdheid van vluchtige gevoelens via attituden naar overtuigingen.
 
Deze laatste zijn van doorslaggevend belang als je iets wilt bereiken. Ze zijn bepalend voor je zgn. zelfbeeld (hoe zie je jezelf) en voor wat je van jezelf vindt. Ze vormen het script voor de film van je leven. Je kan oefenen wat en zoveel je wilt, maar het effekt zal gering zijn als je diep van binnen een negatieve overtuiging hebt over jezelf in relatie met waar je naar streeft. Omgekeerd is met een positeve overtuiging (waarin je in zo'n geval automatisch gelooft) mentale training nauwelijks nodig, en training in de zin van aan te leren vaardigheden verloopt veel soepeler.
 
Overtuigingen zijn ontstaan door blootstelling aan de omgevingsfactoren in de jaren dat je werd gevormd door de invloed van ouders, docenten, mentoren en andere opvoeders, of van rolmodellen zoals toonaangevende sporters, acteurs of mensen uit de showbusiness. Alles wat zo tot onderdeel is gemaakt van je systeem van overtuigingen heeft invloed op wie je nu bent. Dus ook door studie en ervaring opgedane kennis kunnen je overtuigingen worden bijgesteld.

Overtuigingen houden voortdurend de van buitenaf komende boodschappen (of die binnen in je in de vorm van zelfkritiek op je denken) tegen het licht. Ze werken als filters voor je waarneming van de wereld om je heen.

Lees verder op: Psycho-consult.nl

donderdag 26 april 2012

Positieve gevoelens beschermen hart en bloedvaten

De laatste jaren zijn er veel verschillende studies verschenen over de negatieve invloed van depressie, woede, angst en vijandigheid op het hart en de bloedvaten.

Daarentegen is minder bekend over de invloed van positieve psychologische eigenschappen op de gezondheid van het hart. De Hardvard School of Public Health heeft daar nu voor het eerst grootschalig onderzoek naar gedaan.

Onderzoekers ontdekten dat positief psychologisch welzijn het risico op hartaanvallen, beroertes en aanverwante aandoeningen vermindert. De studie is verschenen in Psychological Bulletin.

Optimisme, tevredenheid en geluk

Volgens cijfers van de American Heart Assocation overlijden per dag 2.200 Amerikanen aan een cardiovasculaire ziekte. Daarnaast blijkt 1 op de 18 sterftegevallen te worden veroorzaakt door een beroerte.

“De afwezigheid van het negatieve is niet hetzelfde als de aanwezigheid van het positieve,” zei auteur Julia Boehm van de Harvard School of Public Health. “We ontdekten dat er een verband is tussen factoren als optimisme, tevredenheid en geluk en een verminderde kans op cardiovasculaire ziekten, ongeacht leeftijd, sociaal-economische status, lichaamsgewicht en of de persoon al dan niet rookt. De meest optimistische individuen hadden 50 procent minder kans op aandoeningen aan het hart en de bloedvaten dan minder optimistische respondenten.”

Bescherming

Boehm en co-auteur Laura Kubzansky van de Hardvard School of Public Health legden 200 studies uit twee grote wetenschappelijke databases naast elkaar en ontdekten dat optimisme en positieve emoties bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten. Dezelfde factoren blijken de ontwikkeling van de ziekten ook te remmen.

Om verder te begrijpen hoe psychologisch welzijn en hart- en vaatziekten aan elkaar zijn gerelateerd deden Boehm en Kubzansky tevens onderzoek naar zaken als beweging, het eten van een uitgebalanceerd dieet en zorgen voor voldoende slaap. Er werd een verband gevonden tussen een groter welzijn en betere biologische functies zoals een lagere bloeddruk, een gezonder bloedvetprofiel en een normaal lichaamsgewicht.

Nieuwe behandelmethoden

De bevindingen dat tevredenheid, optimisme en geluk van invloed zijn op de cardiovasculaire gezondheid hebben belangrijke gevolgen voor de ontwikkeling van nieuwe behandelmethoden. “Onze conclusies suggereren dat de nadruk vooral moet komen te liggen op het versterken van de psychologische kracht in plaats van het verlichten van psychologische gebreken,” besloot Kuzbansky.

Bron: Sciencedaily.com & Niburu.nl

zaterdag 10 maart 2012

'Getrouwd zijn is goed voor je hart'

Wie getrouwd is en een hartoperatie moet ondergaan, heeft drie keer zoveel kans om de drie maanden erna te overleven. Dat blijkt uit onderzoek onder 500 hartpatiënten van de Emory Universiteit in de Amerikaanse stad Atlanta.

'We ontdekten dat getrouwd zijn de overlevingskans vergroot, zowel bij mannelijke als vrouwelijke patiënten. Dit onderzoek onderstreept het belang van echtgenoten als verzorgers bij gezondheidsproblemen,' stelt Ellen Idler.

Hoewel uit de gegevens niet bleek wat het grote verschil in overlevingskans veroorzaakt, kwamen uit de interviews wel wat aanwijzingen naar voren. 'De getrouwde patiënten gingen optimistischer de operatie in dan de singles. Als gevraagd werd of ze de pijn, de zorgen en het ongemak zouden kunnen doorstaan, antwoorden de gehuwden vaker met ja.'

Ook bleken de singles vaker te roken. Uit eerdere studies bleek al dat getrouwd zijn beschermt tegen vroegtijdig overlijden. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in de Journal of Health and Social Behavior.

Bron: Volkskrant.nl

vrijdag 23 december 2011

Kind weet al dat positief denken fijn is

Geschreven door Caroline Hoek



Wetenschappers hebben ontdekt dat kinderen van vijf jaar al begrijpen dat positieve gedachten leiden tot een fijner gevoel.

De onderzoekers verzamelden 90 kinderen (tussen de vijf en tien jaar oud) en lieten ze zes verhalen horen. In de verhalen kwamen twee mensen voor. De ene maakte iets fijns mee (hij kreeg bijvoorbeeld een hond). De ander iets naars (hij gooit een glas melk om). Het verhaal eindigde met de gedachten van de twee karakters. Soms waren die negatief, zelfs als ze iets prettigs hadden meegemaakt. En soms waren ze positief, ook al hadden ze niets naars meegemaakt.

Gevoel

De onderzoekers vroegen de kinderen vervolgens om te raden hoe de karakters zich na afloop van het verhaal voelden. Kinderen van vijf jaar bleken al te begrijpen dat iemand met een positieve gedachte zich prettiger voelde dan iemand met een negatieve gedachte.

Optimistisch
Wel bleken sommige kinderen moeilijk te kunnen begrijpen dat een positieve gedachte iemand na een nare gebeurtenis een goed gevoel kan geven. Kinderen die van zichzelf optimistisch waren, begrepen dat beter dan pessimistische kinderen. Maar opvallend genoeg bleken ook de ouders hier een rol in te spelen. Zelfs nog een grotere rol dan de kinderen zelf. Hoe zij tegen de situatie aankeken, bleek doorslaggevend voor de kijk van het kind. “De sterkste voorspellende factor was niet de hoop of het optimisme van het kind zelf, maar van hun ouders,” vertelt onderzoeker Christi Bamford.

Ouders kunnen dan ook veel leren van dit onderzoek, zo is binnenkort in het blad Child Development te lezen. Zij zouden hun kinderen moeten helpen om te begrijpen dat positieve gedachten juist in moeilijke omstandigheden heel fijn zijn.

Bron: Scientias.nl

maandag 12 december 2011

Optimistisch brein negeert negatieve informatie

Geschreven door Caroline Hoek


Wetenschappers hebben ontdekt dat de hersenen van sommige mensen negatieve gedachten over de toekomst simpelweg negeren.

De onderzoekers verzamelden veertien mensen en stelden vast hoe optimistisch de proefpersonen waren. Vervolgens werden de hersenen van de proefpersonen gescand terwijl ze vragen kregen over tachtig negatieve gebeurtenissen. Bijvoorbeeld: ‘Hoe waarschijnlijk is het dat je met kanker te maken krijgt?’ De proefpersonen kregen daarna ook te horen hoe groot de werkelijke kans was. En helemaal aan het eind van het experiment moesten de proefpersonen opnieuw aangeven hoe groot de kans volgens hen was.

Resultaten

En dat levert opvallende resultaten op. De kans dat iemand kanker krijgt, is dertig procent. De mensen die dachten dat hun risico veertig procent was, stelden dit aan het eind bij naar 31 procent. Maar de mensen die eerst dachten dat het 10 procent was, pasten dat percentage ook na het horen van het werkelijke percentage amper aan.

Verwerken

Wanneer de proefpersonen positief nieuws te horen kregen (bijvoorbeeld: de kans op kanker is in werkelijkheid kleiner dan gedacht) vertoonden ze meer activiteit in de frontale kwab. Dat is logisch: dit deel van de hersenen verwerkt ‘fouten’ en zet die recht. Wanneer pessimisten negatieve informatie te verwerken kregen, was de activiteit in de frontale kwab het grootst. Bij de optimisten was de activiteit bij negatieve informatie het kleinst. Het lijkt erop dat het brein last heeft van Oost-Indische doofheid: het hoort alleen wat het wil horen en is beter in staat om positief nieuws te verwerken.

Altijd optimistisch

Het onderzoek laat zien hoe het kan dat sommige mensen altijd maar optimistisch blijven. Zelfs als de kansen in hun nadeel zijn. “Roken is dodelijk werkt niet als mensen denken dat de kansen op kanker klein zijn,” legt onderzoeker Tali Sharot uit. “De kans op een scheiding is vijftig procent, maar mensen denken niet dat zij ermee te maken krijgen.” Ondanks overtuigend bewijs kan het brein er toch voor kiezen om iets heel anders te geloven, zo is binnenkort in het blad Nature Neuroscience te lezen.

En daar lijkt niets mis mee: optimisme is gezond. Mensen die optimistisch zijn, hebben bijvoorbeeld een kleinere kans op hartziekten. Tegelijkertijd is optimisme ook een beetje gevaarlijk: mensen zien reële risico’s soms over het hoofd.

Bron: Scientias.nl