AMSTERDAM - Onderschat de kracht van een glimlach niet. De glimp van een lach kan op een subtiele wijze een sterke boodschap overbrengen.
„Een glimlach is een soort taal; een manier om iets te vertellen wat stil in onszelf blijft’’, aldus de Franse psycholoog Paul Ekman in Psychologies. Hij ontdekte 19 ’mededelingen’ in deze stille taal.
Zachte grijns
We zetten er vijf op een rijtje, te beginnen met de zogenoemde ’beleefdheidsglimlach’. Deze zorgt ervoor dat je je snel op je gemak voelt. „Ik kan me nog steeds de glimlach van de bakker herinneren”, vertelt Alexandra.
„Toen ik als kind brood bij hem haalde verwelkomde hij me altijd met een zachte grijns op zijn gezicht. Dat vond ik zo uitnodigend dat ik mijn verlegenheid vergat en rustig brood durfde te bestellen.” De beleefdheidsglimlach is niet intiem maar juist heel algemeen en heeft niet de bedoeling iemand persoonlijk te raken.
Brutale glimlach
Wie wat voor elkaar wil krijgen, kan de brutale glimlach proberen. Ludovic: „Ik wist niet hoe ik een jaar onbetaald verlof moest vragen aan mijn chef. Ik besloot wat brutaler te lachen dan anders en het werkte!”
„Wanneer ik ergens kom waar ik niemand ken, glimlach ik automatisch om me te beschermen”, vertelt Noëlle. Volgens de Franse psycholoog is dat een van de meest bekende manieren van een goed functionerend beschermingsmechanisme.
Emoties
Weer heel anders dan deze defensieve glimlach is de uitdrukking op het gezicht nadat we een blunder hebben begaan. Verontschuldigend lachen helpt ons de situatie meester te blijven in plaats dat we ons laten meeslepen door onze emoties.
De leukste glimlach? Die die tot doel heeft te verleiden wellicht. „Hij deed niets om me te versieren, hij glimlachte alleen maar. En die lach was zo ontwapenend en jongensachtig dat ik geen weerstand aan hem kon bieden”, aldus Claire.
Bron: Telegraaf.nl
Praktijk - De Blauwe Adelaar
donderdag 3 januari 2013
15 tot 20 procent van de bevolking is hoogsensitief
Liefst 15 tot 20 procent van de bevolking is hooggevoelig. Het merendeel weet dit echter niet van zichzelf.
Ze voelen zich vaak al sinds hun kindertijd anders, maar hebben geen idee hoe ze van anderen verschillen. Ze gaan er vanuit dat mensen in hun omgeving op dezelfde manier denken en voelen zoals zij.
Ze vinden het tegelijkertijd logisch dat zij kunnen wat anderen kunnen, maar daardoor komen ze regelmatig in de problemen.
Mooie aspecten
Carrièrecoach Katrin Van de Water ontdekte op haar 28ste dat ze hoogsensitief is. “Het kan soms jaren en enkele crises duren voordat de link met hooggevoeligheid of -begaafdheid duidelijk wordt,” zei ze. “Veel van mijn klanten zijn hooggevoelig, al weten ze dat vaak niet van zichzelf. Doordat ik zelf HSP (hoogsensitief persoon) ben, heb ik er een speciale sensor voor ontwikkeld.”
Ze wil mensen niet in hokjes plaatsen, maar merkte bij zichzelf dat ze bepaalde dingen beter kon plaatsen door zich erin te verdiepen. Het werd haar ineens duidelijk waarom ze niet ‘gewoon’ een baan kon hebben, waarom schoonheid belangrijk voor haar is, waarom ze grote mensenmassa’s en thrillers liever mijdt. Sindsdien richt ze zich vooral op de mooie aspecten die het haar brengt: een intenser leven en mensen beter kunnen aanvoelen bijvoorbeeld.
Wat zijn de kenmerken van HSP?
Verontwaardiging over onechtheid en onrecht
Zoeken naar zingeving
Een gevoel van anders zijn, vervreemding en eenzaamheid
Een buitenbeentje zijn, niet in de pas kunnen en willen lopen
Een diep verlangen om met je creativiteit iets bij te dragen aan de wereld
Een aparte kijk op de dingen hebben
Continu nieuwe dingen willen bijleren
Emotioneel intens
Talent voor crisis
Hooggevoeligheid gaat vaak samen met hoogbegaafdheid. Dankzij het werk van de Amerikaanse psychologe Elaine Aron is hooggevoeligheid sinds 1996 een bekend begrip geworden. Haar boeken openden bij veel mensen de ogen en hebben voor een golf van herkenning gezorgd. HSP’s hebben een gevoeliger zenuwstelsel waardoor ze intern en extern sterker worden geprikkeld dan de doorsnee mens.
Levenswijze aanpassen
Volgens Aron is het belangrijk dat HSP’s hun levenswijze aanpassen aan hun aangeboren eigenschap. Ze doen er goed aan meer rust te nemen, vaker alleen te zijn of de natuur op te zoeken en overprikkeling in bijvoorbeeld drukke omgevingen te beperken. Ook is het belangrijk dat zij schuld- of minderwaardigheidsgevoelens over hun inherente beperkingen loslaten. HSP’s doen er verstandig aan niet te proberen zich te conformeren aan het gedrag van niet-HSP’s, aldus Aron.
Onder de juiste omstandigheden kunnen HSP’s informatie beter en uitgebreider verwerken waardoor zij aanzienlijk aan de samenleving bijdragen. Volgens Aron zijn HSP’s vaak de ideale werknemer omdat ze consciëntieus en loyaal zijn en veel inzicht hebben in mensen en processen. Ook zijn ze erg gericht op kwaliteit.
Bekijk ook de video ‘Hoe moeilijk is het om kinderen te hebben die hoogbegaafd zijn?’
Bron: Jobat.be via Niburu.nl
De voornaamste reden waarom we knipperen met onze ogen
We knipperen niet alleen met de ogen om ze schoon te houden en uitdroging of ontstekingen te voorkomen. We knipperen vooral om onze hersenen wat rust te gunnen. Dat blijkt uit een recent onderzoek.
Japanse wetenschappers van de universiteit van Osaka onderzochten 20 jonge en gezonde proefpersonen. Zij werden onder de hersenscan gelegd terwijl ze naar de Britse komedie Mr. Bean aan het kijken waren. Uit het onderzoek bleek dat we, wanneer we knipperen, tijdelijk onze aandacht verliezen. Ons brein wordt in die seconde even ‘uitgeschakeld’ (vergelijk het met een powernap), waarna de hersenen razendsnel ‘resetten’.
We brengen ongeveer 10% van onze uren dat we wakker zijn door met gesloten ogen en knipperen 15 tot 20 keer per minuut. Op deze korte momenten zouden we onze gedachten de vrije loop laten en denken we na over recente gebeurtenissen in ons leven of wat we morgen gaan doen.
En op welke momenten knipperen we vooral? Zijn we aan het lezen of naar iemand aan het luisteren, knipperen we meestal aan het einde van een zin. Als we een film kijken, knipperen we op het moment dat een acteur even buiten beeld is of het camerastandpunt verandert.
Door : Marlies van Cleeff
Bron: Daily Mail via Welingelichtekringen.nl
Nomofobie -angst dat je mobieltje het niet doet- in opmars
De eerste Amerikanen die een rechtszaak hadden aangespannen omdat ze kanker hadden gekregen door hun mobieltjes zijn reeds in het gelijk gesteld.
Nomofobie, een nieuwe aandoening die van toepassing is op mensen die in paniek raken als hun mobieltje het niet meer doet of geen bereik heeft, is in opmars. Uit een universitaire studie blijkt dat vooral jongeren zich geen raad meer weten zonder hun mobieltje. Het probleem is echter dat diverse onafhankelijke wetenschappelijke onderzoeken hebben aangetoond dat frequente blootstelling aan mobieltjes, andere draadloze apparatuur en slimme energiemeters schadelijke gevolgen voor de gezondheid kan hebben en zelfs kanker kan veroorzaken.
Jongeren kijken je met een wazige blik vol ongeloof, spot en soms een vleugje bewondering aan als je het hebt over prehistorische tijden -ongeveer een kwart eeuw geleden- waarin vrijwel niemand een mobieltje had en als je iemand wilde bereiken onderweg moest stoppen bij een restaurant of een telefooncel* moest opzoeken. De weinige mobieltjes die wél bestonden waren in het bezit van een klein clubje rijken en topmanagers en moesten door het enorme formaat met bijna 2 handen tegelijk worden vastgehouden.
* Grotendeels glazen hokje met felgekleurde randen met daarin een draadtelefoon die op muntjes werkte. Tenminste, als je het geluk had er één te vinden die niet door vandalen was vernield.
Stress en angst
Anno 2012 zijn mobieltjes, die stuk voor stuk sneller zijn en veel meer kunnen dan de grootste supercomputers uit de jaren '70, niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven. Voor velen lijkt het zelfs een eerste levensbehoefte te zijn geworden om op ieder gewenst moment te kunnen bellen, sms'en of internetten. Met name jongeren zijn zó afhankelijk van hun mobieltje geworden, dat sommigen letterlijk zwaar gestrest of zelfs in paniek raken als hun zaktelefoon annex computer annex camera annex agenda geen bereik heeft of erger nog: het niet meer doet. Een nieuwe aandoening is dan ook geboren: nomofobie.
Volgens een onderzoek dat werd gepubliceerd in het Indian Journal of Community Medicine heeft 73% van alle studenten zijn mobieltje dag en nacht aanstaan. 56% houdt het apparaatje dicht tegen zijn lichaam aan. Uit een ander onderzoek bleek dat 13 miljoen Britten last krijgen van angstgevoelens als ze hun mobieltje niet kunnen gebruiken. Meer dan 50% van de ondervraagden zei dan ook de telefoon nooit uit te zetten.
Nieuwe ziektes door mobieltjes
Wereldwijd schrappen steeds meer mensen hun vaste telefoonaansluiting en zijn alleen nog mobiel te bereiken. Dat schept echter nieuwe problemen: uit diverse studies blijkt namelijk dat veelvuldig gebruik van mobieltjes of deze urenlang op je lichaam dragen dezelfde schadelijke effecten kan hebben als andere draadloze apparatuur en slimme energiemeters. Veel nieuwerwetse ziekten, variërend van hypergevoeligheid voor elektromagnetische straling tot bepaalde kankersoorten en storingen in het immuunsysteem zijn reeds in verband gebracht met het gebruik van mobieltjes.
Verband met sterke groei autisme
Inmiddels is er ook bewijs geleverd dat de sterke groei van autisme onder andere te maken heeft met de forse toename van RF (Radio Frequentie) straling in de atmosfeer, die schade zou aanrichten aan de hersenen van ongeboren en jonge kinderen. Het aantal baby's met autisme groeide van 1 op de 150 in 2002 naar ongeveer 1 op de 50 tien jaar later.
Mobieltjes zenden zogenaamde niet-ioniserende RF stralen uit. Dit betekent dat er energie wordt verzonden die niet sterk genoeg is om bij het passeren van het menselijk lichaam elektronen van een atoom los te maken (en zo een ion te produceren), maar wel sterk genoeg om elektronen een hogere energie te geven. Het menselijk lichaam kan deze energie op de plaatsen die vaak worden blootgesteld aan een mobieltje (hoofd en middel, waar de meeste mensen het apparaatje dragen) absorberen.
WHO: Mobieltjes 'mogelijk kankerverwekkend'
In juni 2011 classificeerde de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO) de straling die door de circa 4,6 miljard mobieltjes op de wereld wordt geproduceerd dan ook als 'mogelijk kankerverwekkend'. Hiermee werden mobieltjes in dezelfde categorie geplaatst als lood en chloroform. De WHO concludeerde dat frequente blootstelling aan straling van mobieltjes gelinkt kan worden aan kwaadaardige hersentumoren.
Apple waarschuwt gebruikers inmiddels om hun iPhones op minimaal 1,5 centimeter van hun lichaam te dragen, minder vaak te bellen en zo veel mogelijk gebruik te maken van de handsfree optie. Vooral het eerste en laatste advies is praktisch echter nauwelijks uitvoerbaar.
Straling verstoort DNA reparatie
In een recente presentatie toonde Devra Lee Davis, voormalig wetenschapper aan de National Academy of Sciences, de gevaren van mobieltjes aan. Davis dacht aanvankelijk dat de straling geen kwaad kon, totdat ze na uitvoerig onderzoek tot geheel andere conclusies kwam. De impact op het lichaam wordt niet veroorzaakt door het lage energieverbruik van mobieltjes, maar door de pulserende straling die ze uitzenden en die de reparatie van beschadigd DNA in het lichaam kan verstoren.
VS: Jaarlijks half miljoen kankergevallen door mobieltjes
Davis zegt ook dat mobieltjes de oorzaak zijn van kankertumoren die ontstaan op plaatsen die veel bloot staan aan direct contact (ook met kleding ertussen) met het apparaat. Epidemioloog en gezondheidswetenschapper George Carlo, oprichter van het Science and Public Policy Institute, stelde al jaren geleden dat de industrie nooit serieus onderzoek heeft verricht naar de gevolgen van mobiele straling. Na een 6 jaar durend onderzoek dat $ 28 miljoen kostte concludeerde Carlo in 1999 dat de straling dermate ernstig is, dat in 2010 jaarlijks zo'n 500.000 Amerikanen kanker zouden krijgen als direct gevolg van het gebruik van mobiele telefoons.
Verstoring pacemakers en hersenen
Daarnaast zijn er aanwijzingen dat mobieltjes de werking van pacemakers kunnen verstoren en een kwalijke invloed hebben op de ontwikkeling van de schedel van kinderen. Ook de zogenaamde bloed-brein barrière, die onze hersenen beschermt tegen giftige stoffen, kan worden beschadigd door straling van mobieltjes.
Verzekeraars vinden risico's te groot
De grote fabrikanten hebben sinds Carlo's onderzoek alles gedaan om de resultaten te ontkennen en te ontkrachten. Hierbij werd niet geschroomd de reputaties van diverse wetenschappers kapot te maken. Verzekeringsmaatschappijen hebben echter besloten dat mobieltjes een te groot risico voor de gezondheid vormen om dit door klanten te laten verzekeren.
Kankerpatiënten winnen rechtszaken
In de VS zijn onlangs twee mensen die een rechtszaak hadden aangespannen omdat ze een tumor hadden gekregen vanwege het vele gebruik van mobieltjes op hun werk in het gelijk gesteld. Inmiddels spannen ook andere mensen met onder andere hersentumoren rechtszaken aan. Volgens Carlo wordt de kans steeds groter dat de fabrikanten straks enorme schadevergoedingen moeten betalen als blijkt dat miljoenen mensen kanker hebben gekregen als gevolg van het gebruik van hun producten.
Enorme gevolgen voor samenleving
Waarschijnlijk zullen zelfs de grootse fabrikanten dergelijke schadevergoedingen niet overleven. Dat kan desastreuze gevolgen hebben voor de samenleving en wereldeconomie, die voor een groot deel gebaseerd is op deze technologie. Carlo: 'De fabrikanten denken dat ze hun klanten kunnen blijven manipuleren en dat ze door kunnen gaan met hun arrogantie en miljoenen mannen, vrouwen en kinderen in gevaar kunnen brengen, omdat ze denken dat ze uiteindelijk toch niet verantwoordelijk zullen worden gesteld.' (1)
Xander
(1) World Net Daily
Bron: Xandernieuws.punt.nl
Tegelijkertijd empathisch en rationeel zijn? Wij kunnen het niet!
Wetenschappers hebben ontdekt dat het voor ons brein onmogelijk is om tegelijkertijd empathisch en rationeel te zijn. Het verklaart onder meer waarom zelfs de meest intelligente mensen soms zo gemakkelijk op te lichten zijn.
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze een experiment met 45 studenten uitvoerden. De studenten ondergingen een MRI-scan en terwijl ze gescand werden, kregen ze twintig geschreven en twintig gefilmde problemen te zien waarbij ze de problemen alleen konden oplossen door zich in te beelden hoe anderen zich zouden voelen (empathie). Ook kregen ze twintig geschreven en gefilmpde problemen te zien die ze met behulp van de fysica (rationeel dus) moesten oplossen. Zodra de studenten het probleem hadden gelezen of gezien, kregen ze een gesloten vraag voorgelegd waarop ze binnen zeven seconden met ‘ja’ of ‘nee’ moesten reageren.
Resultaten
Uit het experiment bleek dat sociale problemen het sociale netwerk in het brein activeerden en tegelijkertijd het deel van het brein dat geassocieerd wordt met het analyseren en logisch beredeneren, onderdrukten. Het maakte daarbij niet uit of de vragen geschreven of gefilmd waren. Het experiment wijst erop dat het voor ons brein gewoon onmogelijk is om beide netwerken tegelijkertijd te activeren.
Autisme
De studie kan mogelijk verklaren waarom zelfs de meest analytische mensen zich zo gemakkelijk laten oplichten. Een oplichter activeert met een zielig verhaal het empathische deel van het brein, waardoor het analytische netwerk geen schijn van kans meer heeft. Het onderzoek kan ook implicaties hebben voor mensen met bijvoorbeeld autisme. Mensen met autisme zijn er meestal heel goed in om ruimtelijke problemen op te lossen (waarbij logisch gedacht moet worden), maar minder goed in sociale omstandigheden. Maar ook andere aandoeningen, zoals ADHD, schizofrenie, angsten en depressies, kunnen door onderzoeken als deze in de toekomst wel eens beter behandeld worden. “Behandelingen moeten gericht zijn om een balans tussen de twee netwerken (het logische en sociale netwerk, red.),” vertelt onderzoeker Anthony Jack.
Balans
“Op dit moment richten de meeste behandelingen, maar ook het onderwijs zich op het versterken van het analytische netwerk.” En dat is een probleem. Want ook voor gezonde mensen is het belangrijk dat de twee netwerken in balans zijn. “Je redt het nooit zonder één van deze twee netwerken.” Als voorbeeld haalt Jack een algemeen directeur aan. “Je wilt dat een algemeen directeur zeer analytisch is, omdat hij daarmee het bedrijf efficiënt kan runnen en voorkomt dat je failliet gaat. Maar hij kan gemakkelijk zijn moreel kompas verliezen als hij te analytisch denkt.” Er zou dan ook geen voorkeur voor een bepaald netwerk moeten zijn. In plaats daarvan moeten mensen leren om efficiënt van het ene netwerk op het andere over te stappen en het juiste netwerk op het juiste moment te activeren.
De onderzoekers zetten hun studie voort. Zo willen ze bijvoorbeeld nog achterhalen of studenten wanneer ze mensen op een niet menselijke manier zien afgebeeld (bijvoorbeeld als dieren of objecten) wisselen van het sociale naar het analytische netwerk. Ook willen ze achterhalen welke invloed walging en sociale stereotypering heeft op welk deel van ons brein we activeren.
Geschreven door: Caroline Kraaijvanger
Bron: Scientias.nl
Veel spieren zorgen mogelijk voor langer leven
BAARN - De omvang van spieren voorspelt bij mannen mogelijk de kans op het bereiken van een hoge leeftijd.
Dat blijkt uit een onderzoek van het Zweedse Karolinska Instituut, waarvan de resultaten verschenen in het British Medical Journal.
Meer dan een miljoen 16- tot 19-jarige dienstplichtige jongens deden 3 keer een test waarbij bekeken werd hoe sterk hun spieren waren. Ook hun BMI en bloeddruk werden gemeten. Daarna werden ze 24 jaar lang gevolgd om te zien wie er vroegtijdig zou overlijden.
Gedurende de studie overleden er 26.145 deelnemers. De voornaamste doodsoorzaak was een ongeluk, gevolgd door zelfdoding, kanker, hartaandoeningen en beroertes. Een derde overleed als gevolg van andere oorzaken, die vanwege de berekeningen allemaal onder 'overig' werden geschaard.
De deelnemers die als tiener bovengemiddeld scoorden bij de spiersterktetesten, bleken 20-35 procent minder risico te lopen op vroegtijdig overlijden als gevolg van hart- en vaatziekten of overige oorzaken.
Hun kans op zelfdoding bleek 20-30 procent lager te zijn. Hun risico op psychische aandoeningen, zoals schizofrenie of een depressie was 65 procent lager.
Zwakke spieren
De tieners die juist zwakke spieren hadden, liepen het grootste risico om vroegtijdig te overlijden. Het effect van zwakke spieren was vergelijkbaar met bekende risicofactoren voor een vroege dood, zoals obesitas en een hoge bloeddruk.
De onderzoekers vermoeden dat de sterkte van je spieren je algehele fitheid weerspiegelt. Ze benadrukken dat hun resultaten niet betekenen dat krachttraining je levensduur verlengt.
Door: Gezondheidsnet via NU.nl
dinsdag 1 januari 2013
Gelukkig 2013!!!
Allemaal de beste wensen, en een gelukkig 2013!!!
Abonneren op:
Posts (Atom)