Posts tonen met het label cellen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cellen. Alle posts tonen

dinsdag 18 december 2012

Wetenschappers ‘knijpen’ kwaadaardige cel totdat ‘ie zich weer netjes gedraagt



Wetenschappers hebben ontdekt dat druk uitoefenen op kwaadaardige cellen in de borst ervoor kan zorgen dat ze zich weer normaler gaan gedragen en ook een normaal groeipatroon vertonen. Het is voor het eerst dat mechanische kracht alleen voldoende blijkt te zijn om de ongecontroleerde groei van kankercellen te stoppen.

Gedurende het leven van een vrouw verandert borstweefsel voortdurend. Onder invloed van haar cyclus groeit, krimpt en verandert het op een georganiseerde manier. Bijvoorbeeld wanneer ze zwanger raakt en na de bevalling borstvoeding gaat geven. De cellen vormen dan een cluster dat doet denken aan de structuur van een framboos. Gezonde borstellen roteren, wanneer ze zo’n georganiseerde structuur vormen en stoppen met groeien wanneer dat moet. Maar kankercellen gedragen zich anders. Zij vormen niet zulke mooi samenhangende structuren. Ook hebben ze geen normaal groeipatroon: hun groei verloopt ongecontroleerd.

Mechanische inbreng

“Wat wij nu laten zien is dat de organisatie van weefsel in de beginfase van diens groei en ontwikkeling gevoelig is voor mechanische inbreng,” vertelt onderzoeker Daniel Fletcher. “Een vroeg signaal, in de vorm van samenpersing, lijkt ervoor te zorgen dat deze kwaardaardige cellen weer op het juiste spoor belanden.”

Goed

Maar zijn de cellen daarmee ook direct weer ‘goed’? Of vormen ze dan nog steeds een gevaar. Wanneer wij denken aan de ontwikkeling van een kankercel, dan denken we aan genetische mutaties in de cel. Maar recent onderzoek heeft aangetoond dat een kwaadaardige cel niet voorbestemd is om een tumor te worden. Of de cel een tumor wordt, is afhankelijk van de interactie tussen de cel en zijn micro-omgeving. En dat onderzoek ging zelfs nog een stapje verder: door die omgeving te manipuleren, bijvoorbeeld door biochemische stofjes in te brengen die de kwaadaardige cellen afremmen, kunnen we de gemuteerde cellen ‘temmen’ en ervoor zorgen dat ze zich normaal gedragen.

Samendrukken

Dit nieuwe onderzoek laat nu zien dat chemische stoffen niet de enige oplossing voor het probleem van kwaadaardige cellen zijn. Ook mechanische druk kan kwaadaardige cellen beïnvloeden. Door ze samen te drukken, dwingen onderzoekers de cellen weer op het rechte spoor. Op de afbeelding helemaal bovenaan dit artikel is dat goed te zien. Links ziet u een cluster kwaadaardige cellen die niet aan druk zijn blootgesteld. Het cluster is ongeorganiseerd en groot. Rechts ziet u een cluster kwaadaardige cellen die wel zijn samengedrukt: het is veel georganiseerder en kleiner.

Gewichtheffen

“Mensen weten al eeuwen dat fysieke kracht invloed heeft op onze lichamen,” stelt onderzoeker Gautham Venugopalan. Een bekend voorbeeld daarvan treffen we in de sportschool aan. “Wanneer we gewichtheffen, worden onze spieren groter.” Maar er zijn meer voorbeelden te noemen. Denk bijvoorbeeld aan de zwaartekracht die ervoor zorgt dat onze botten sterk blijven. “Hier laten we zien dat fysieke kracht ook een rol kan spelen in de groei – en ommekeer – van kankercellen.”

Wat betekent dit nu heel concreet voor de behandeling van borstkanker? Op dit moment nog niet veel. “Samenpersing is op zichzelf waarschijnlijk geen behandeling,” stelt Fletcher. “Maar het geeft ons wel nieuwe aanwijzingen in de zoektocht naar moleculen en structuren die wellicht wel interessant zijn om tijdens behandelingen aan te vallen.”

Geschreven door: Caroline Kraaijvanger

Bron: Scientias.nl

zondag 21 oktober 2012

Kinderbloed houdt je eeuwig jong

Vers bloed houdt je in conditie en maakt je jonger. Vraag het maar aan onze Lance Armstrong. Ook wetenschappers zijn er na onderzoek op muizen van overtuigd. Geef een oude muis bloed van een lief klein jong muisje, en de groei van nieuwe cellen in de hersenen wordt gestimuleerd.

Het wetenschappelijke tijdschrift New Scientist beschrijft ook dat het nieuwe, jonge en verse bloed er voor zorgt dat de oude muisjes weer slimmer werden. De spieren, de lever en het immuunsysteem alles gaat beter met jong bloed.

“Het voordeel is dat het geen vreselijke neveneffecten kan hebben. Het is maar bloed. We gebruiken het al de hele tijd bij transfusies en operaties. Ik ben er echt meer en meer van overtuigd dat jong bloed ouderen kan helpen”, aldus onderzoeker Saul Villeda. De techniek van jong en vers bloed wordt nu getest op muizen die Alzheimer hebben.

Kritiek is er natuurlijk ook: “Misschien leidt dit naar een medicijn dat de veroudering van de hersenen voorkomt, maar niet naar een medicijn dat het omkeert. Maar dan nog zal het grote effecten hebben”, zegt professor Chris Mason van University College London in een reactie.

Bron: Powned via Stoerejongenzzz.nl

vrijdag 14 september 2012

Wetenschappers ontdekken geheim van eeuwige jeugd

Amerikaanse wetenschappers van de gerenommeerde Johns Hopkins Universiteit in Baltimore denken het geheim van de eeuwige jeugd te hebben ontdekt. De wetenschappers hebben een efficiënte en volkomen veilige methode ontwikkeld om bloedcellen van volwassenen 'helemaal terug' te ontwikkelen naar het moment dat ze van een nog maar 6 dagen oude embryo waren. Dit betekent dat de weg nu open ligt om in de toekomst feitelijk alle ongeneeslijke ziekten en aandoeningen -van hartaanvallen en dwarslaesies tot kanker- te genezen, waarmee de mens in principe op de drempel van eeuwige jeugd, of eeuwig leven, staat.

Wetenschappers zeggen al jaren dat stamceltherapie de geneeskunde totaal kan veranderen, ware het niet dat er nog een grote drempel bestaat: in de VS is het gebruik van menselijke embryo's om deze stamceltherapieën te ontwikkelen nog steeds buitengewoon controversieel. Een alternatieve methode is het gebruik van stamcellen die uit navelstrengen worden gehaald, reden waarom rijke mensen speciaal navelstrengen laten opslaan zodat ze in de toekomst kunnen worden gebruikt om hun kinderen te behandelen en te genezen.

Er kunnen ook virussen worden gebruikt om volwassen (bloed)cellen te herprogrammeren. Deze virussen kunnen weliswaar met succes volwassen cellen doen terugkeren naar hun stamcelstatus, maar dit gaat gepaard met talloze complicaties die het gevolg zijn van mogelijke DNA mutaties, die op hun beurt weer kunnen leiden tot kanker.
 
Embryo's en navelstrengen overbodig

De nieuwe methode verandert echter alles. Ten eerste worden normale volwassen bloedcellen van de patiënt gebruikt. Embryo's en navelstrengen zijn daarom niet meer nodig. Ook zijn virussen om de cellen te herprogrammeren niet langer noodzakelijk, zodat de methode volkomen veilig is. Daarnaast is er nu al een hoge efficiëntie bereikt: 50% tot 60% van de volwassen bloedcellen werd met succes veranderd in embryonale stamcellen, die in iedere gewenste soort cel kunnen worden veranderd: een hartspiercel, een botcel, een zenuwcel, etcetera.
 
'Magische verjongingskuur'

De 'verjongingskuur', die op 8 augustus werd gepubliceerd in de Public Library of Science, gebruikt plasmiden, DNA moleculen die in onder andere bacteriën zijn terug te vinden. Deze plasmiden kunnen zich onafhankelijk van DNA chromosomen ontwikkelen en verdwijnen volledig als ze hun taak hebben volbracht.

Met behulp van elektrische stroomstootjes maakten de wetenschappers gaatjes in het membraan van bloedcellen die afkomstig waren uit het ruggenmerg van een patiënt. De plasmiden werden voorzien van 4 genen die waren geprogrammeerd om de cellen tot hun primitieve status terug te brengen en werden vervolgens door deze kleine gaatjes in de cellen geïnjecteerd. Nadat de plasmiden waren uitgewerkt werden de cellen gekweekt met bestraalde beenmergcellen. 7 tot 14 dagen later waren de gekweekte cellen op 'magische' wijze veranderd in embryonale stamcellen.
 
Eeuwig leven
 
Op dit moment evalueert het wetenschappelijke team de kwaliteit van deze cellen, maar de mogelijkheid stamcelbehandelingen op deze wijze uit te voeren en te versnellen kan rustig miraculeus worden genoemd. Nu alle barrières zijn overwonnen kunnen medische onderzoekers in snel tempo nieuwe behandelmethoden en therapieën ontwikkelen, waardoor in de toekomst uiteindelijk iedereen al zijn organen, zintuigen, bloedcellen, zenuwen en andere lichaamsdelen blijvend kan vernieuwen, zonder daarbij het risico te lopen op bijwerkingen en afstoting. Met andere woorden: dan zou de mens hypothetisch gesproken eeuwig kunnen leven.
 
Xander
 

zaterdag 18 februari 2012

Het hart als zintuig

Afbeelding

Het hart . . . . . is het orgaan van de spirituele mens in het fysieke lichaam, door middel van een straal vanuit de spirituele monade naar het fysieke voertuig van de mens. Er kunnen daarom verschillende namen aan worden gegeven: het orgaan van het reïncarnerende ego; het orgaan van de persoonlijke mens. Maar het kan ook het orgaan van het leven worden genoemd, want het is het levenscentrum van het fysieke lichaam. Vanuit het hart stromen de stralen die het denken verlichten omhoog naar de hersenen . . . . . G. de Purucker


Het hart als zintuig, door Stephen Harrod Buhner is een bijzonder boek en fungeert als een brug tussen de mentale wetenschap en de subtiliteiten van het hart. De twee delen waaruit het bestaat, Systole en Diastole, lijken op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen te hebben. Maar de schrijver is erin geslaagd door middel van wetenschappelijke informatie, diepgevoelde ervaringen met planten, en citaten uit proza en poëzie een geheel te scheppen dat een gezonde verbinding legt tussen wetenschap en new-age-sentimenten, tussen historische en moderne perceptie van de natuur, tussen proza en poëzie, tussen persoonlijke mentale en emotionele ervaring en geneeskunst die is gebaseerd op altruïsme en universele ethiek. De verbindingsdraad is die van een mysticus die een verscheidenheid aan voorbeelden kiest om universele waarheden te onthullen.

Na een korte inleiding over zichzelf opent Buhner een felle aanval op het lineaire ‘euclidische’ denken. Hij laat zien dat rechte lijnen en keurige wiskundige systemen in de natuur niet voorkomen, en dat fractalen en Mandelbrotstructuren de waarheid veel dichter benaderen. Hij huldigt met kracht de opvatting dat de abstracties die op scholen constant als werkelijkheden worden gepresenteerd een groot obstakel zijn voor het verkrijgen van kennis rechtstreeks uit de natuur.

Het is tegelijkertijd duidelijk dat regelmatige proporties en hun harmonie inherent zijn aan de natuur. Dit wordt beklemtoond door een aantal van de grootste zielen van de mensheid, onder anderen Pythagoras en Plato; en men vindt deze ideeën eveneens in de geschriften van Hindoes, Jains, Babyloniërs en Egyptenaren. In de geschriften van de Maya’s was de eerste daad van de Bouwers van het universum om met touwen het vierkant uit te meten; het vierkant dat zo’n belangrijke plaats inneemt in kosmologieën over de hele wereld. Ook al lijkt niets in de natuur volledig te beantwoorden aan de idealen van geometrie en wiskunde, de natuur schijnt deze idealen wel te weerspiegelen, bijvoorbeeld in kristallen en in de regelmatigheid en perfectie in het planten- en dierenrijk. Het lijkt me dat wiskunde de noumenale of hogere mentale wereld van de goden probeert te beschrijven, en dat het leven op altijd speelse en harmonieuze wijze ronddartelt binnen de mogelijkheden van deze noumena – en dat zijn de allesdoordringende natuurwetten. Een lineair denkende geest is echter slechts een zwakke en gekristalliseerde afspiegeling van de spiritueel-intuïtieve geest, en als men zich uitsluitend vastklampt aan deze afspiegeling is dat inderdaad een groot obstakel voor het begrijpen van het leven.

De wetenschappelijke delen van het boek bespreken de fysiologie van het hart, de hersenen en van individuele cellen – in het bijzonder in relatie tot de voortdurende productie en uitwisseling van informatie via elektrische en magnetische velden – evenals de zeer verfijnde en intelligente processen in de fysieke en energetische natuur. Communicatie met het lichaam vindt onophoudelijk plaats, binnen en tussen organen, cellen en individuele organismen, allemaal op een manier waarbij het hersenverstand, behalve als interpretator en waarnemer op afstand, niet direct betrokken is. Buhner verwerpt het intellectuele denken zeker niet, maar hij onderkent de juiste status van het bewustzijn van het hart, de hersenen en zelfs van de darmen en andere organen binnen een bewust geheel.

Buhner beschouwt levende systemen als producten van zelforganisatie van kleinere eenheden, die het resultaat zijn van ononderbroken – zowel interne als externe – communicatie. Omdat iedere eenheid, hoe klein ook, zijn eigen specifieke magnetische veld heeft, communiceert zij met alles om haar heen, en herkent de velden van andere eenheden en stemt zich daar subtiel op af. Met betrekking tot cellen citeert de schrijver onder andere Jan Walleczek:

Biologische cellen kunnen worden beschouwd als hoogontwikkelde informatieverwerkende instrumenten die complexe patronen van prikkels die van buitenaf komen van elkaar kunnen onderscheiden. In overeenstemming met dit gezichtspunt is de vondst dat biologische reactienetwerken net als elektrische circuits rekenfuncties kunnen vervullen zoals schakelen, versterken, hysteresis, het uitfilteren van frequentiebanden of de extractie van informatie over trillingsfrequenties.

De schrijver merkt op dat ‘Cellen uiterst subtiele verschillen in elektrische velden kunnen waarnemen’, en vervolgt: ‘Het plasmamembraan is van alle cellen het primaire zintuigorgaan. Het bezit duizenden over de oppervlakte verspreide receptoren die zijn ontworpen om storingen van onder andere chemische, elektrische, hormonale en mechanische aard te ontdekken.’

Buhner is van mening dat, naarmate kleinere eenheden zich organiseren, een nieuwe identiteit tot aanzijn komt als een groter systeem dat nieuwe gedragingen vertoont. Hierover ben ik het met hem maar ten dele eens, want ik denk dat zelforganisatie van kleinere eenheden niet tot levende organismen zou leiden, maar alleen tot een samenwerkende gemeenschap zoals een termietenheuvel of een bijenkorf die ieder op zich unieke gedragingen vertonen die het resultaat zijn van de samenwerking van de betrokken individuen. Maar een levend wezen heeft zijn eigen ziel van een hogere orde die leiding geeft aan de processen van afstemming en samenwerking van zijn onderdelen. Terwijl ieder aspect en iedere eigenschap van het universum actief en latent aanwezig is in zelfs de kleinste onderdelen ervan, hebben ze allemaal een ‘meedogende hand’ nodig die wordt uitgestrekt vanuit het bewuste Zijn in de vorm van de grotere vitaal-elektromagnetische velden afkomstig van wat relatief gezien goden of kosmische bewuste wezens zijn. Deze goden tappen voortdurend uit een nog hogere bron van intellectuele energie en transformeren de goddelijke energieën naar het niveau waar ze kunnen worden aangewend.

Afzonderlijke hoofdstukken behandelen het fysieke, het emotionele, en het spirituele hart. Het fysieke hart is veel meer dan alleen een pomp; het is in feite het orgaan dat de ritmen bepaalt van ons organisme en informatie overdraagt aan het bloed. Het hart bestaat voor 60 tot 65% uit zenuwcellen – dus het bevat meer zenuw- dan spiercellen. Naast zijn functie als een verfijnde en intelligente pomp is het hart vooral een verwerker van bewustzijn en informatie. Het ritme van een gezond hart is nooit regelmatig: iedere hartslag is uniek. Zo zijn ook de magnetische en elektrische velden die ieder hart om zich heen bouwt uniek. Maar deze velden zijn ook buiten het lichaam meetbaar en dragen zo voortdurend informatie over van het hart aan de omringende wereld en van de wereld aan het hart. We kunnen leren bewust naar deze informatieuitwisseling te luisteren door de subtiliteiten van onze onophoudelijk veranderende gevoelens waar te nemen.

Dit vormt een brug naar het tweede gedeelte van het boek, dat gaat over communicatie met planten. Iedere plant heeft een bewustzijn, net als ieder ander levend wezen, en hij heeft kennis die hij met anderen wil delen. Iedere plant heeft zijn eigen karakter, niet alleen wat betreft zijn uiterlijk, maar in het bijzonder in zijn eigen specifieke magnetische en elektrische krachten waarvan de aanwezigheid kan worden waargenomen door de energetische velden van het menselijke hart. Op deze manier is het mogelijk de plant op een dieper niveau werkelijk te kennen en te begrijpen, en de uitwisseling van informatie is wederzijds. Dit is de manier waarop mensen en volkeren die dichtbij de natuur leefden de medicinale en andere werkingen van planten hebben ontdekt – dus niet proefondervindelijk met vallen en opstaan zoals ons doorgaans wordt voorgehouden. Door oefening kunnen we dit type communicatie leren herkennen – en aan het eind van het boek geeft Buhner ‘oefeningen voor het verfijnen van het hart als orgaan van waarneming’. Deze leermethode via het waarnemingsvermogen van het hart kan ook op cultureel niveau worden toegepast, en de schrijver is van mening dat deze methode betrouwbaarder en exacter is dan de gebruikelijke wetenschappelijke benadering die alleen gebruikmaakt van het zenuwstelsel en de hersenen.

Deze methode is echter niet gemakkelijk. Buhner zegt dat als we een bepaalde plant ontmoeten, misschien tijdens een wandeling door de natuur, en we onmiddellijk een speciale aantrekking tot hem voelen, dat misschien komt doordat die plant iets aan ons wil overbrengen – bijvoorbeeld iets over onze innerlijke ontwikkeling, zijn mogelijke gebruik als medicijn, of zijn bijdrage aan het ecosysteem. Al deze informatie wordt direct door het hart waargenomen en opgeslagen in ons onderbewuste geheugen. Daarna kunnen er jaren van ‘zitten’ bij de plant voor nodig zijn om het punt te bereiken – dat hij, in navolging van Goethe, het ‘betekenisvolle moment’ noemt – wanneer de plant zich volledig aan ons openbaart. Daarvoor is het noodzakelijk een volkomen respect en liefde voor de plant als leraar te ontwikkelen. Het is voor een mens misschien niet gemakkelijk om zijn hoofd te buigen voor een plant, maar, zegt Buhner, planten zijn als fysieke soort veel ouder dan wij mensen en dragen ervaringen in zich uit archaïsche geologische tijdperken.

Theosofie leert dat de planten van tegenwoordig vervolmaakte overblijfselen zijn van een veel actiever plantenrijk in het verleden toen de nadruk van de evolutie op aarde bij hen lag. Iedere plantenziel bereikte het hoogtepunt van haar evolutie op deze fysieke aarde lang voordat mensen actief werden. Planten hebben sinds die tijd geen essentiële veranderingen ondergaan – hoewel ze zich uiterlijk steeds aanpassen aan veranderende milieuomstandigheden – en hun individuele bewustzijn bevindt zich relatief in een sluimertoestand. Ze wachten op een nieuwe vitale impuls om hun evolutie te kunnen voortzetten op een nog hoger niveau. Daarom hebben planten hun evolutionaire doel voor de huidige cyclus van de natuur reeds bereikt, terwijl wij mensen nog druk bezig zijn met onze evolutie, en die betreft vooral een verdere ontwikkeling van de bewuste geest.

Planten kunnen ons hun ervaringskennis en -wijsheid dus in relatieve volmaaktheid onderwijzen. Rotsen, planten en dieren zijn ouder dan mensen voorzover het onze huidige fysieke vorm betreft. Maar in talloze vroegere tijdperken bewoonde ons essentiële zelf vele vormen, waaronder die van het mineralenrijk, planten en dieren. Dus dragen wij ook hun algemene ervaring in ons mee. Bovendien hebben we als mensen ervaringen verzameld van een type waar andere natuurrijken nog geen toegang toe hebben gehad. Wanneer we onszelf voor bepaalde doeleinden op hun innerlijke wezen afstemmen, dan roepen we in feite de vastgelegde aspecten van onze eigen onderbewuste archaïsche ervaringen opnieuw wakker.

Natuurlijk komt deze manier van verkrijgen van kennis niet alleen tussen mens en plant voor; ze bestaat ook tussen mensen onderling. Buhner is zelf een natuurgenezer die geleerd heeft met planten te communiceren – niet alleen direct, maar ook via zijn geheugen, waarin alle impressies die het hart bereiken worden geregistreerd – en ook met cellen en organen van zieke mensen. Een natuurgenezer die het vermogen heeft ontwikkeld om de subtiliteiten van zijn eigen hart en denken waar te nemen kan een diepe empathie voelen met een patiënt en zijn of haar probleem, waaronder de psychische en ethische aspecten daarvan. Hij kan dan direct waarnemen welke natuurlijke remedie zou kunnen helpen in plaats van af te moeten gaan op ondervinding of informatie uit boeken – waarvan zelfs de meeste naturopaten afhankelijk zijn.

Het laatste gedeelte van het boek gaat over ethiek. Goede intenties en gevoelens alleen zijn niet voldoende om een medemens te helpen. Omdat de ‘Natuur zowel de voortbrengster van de mens als zijn grootste leraar is’, dient men zich stevig te verankeren in de waarheid van de natuur, niet in de leugen van wat alleen maar haar beschrijving is. ‘Omdat de Natuur niet liegt’ verklaart Buhner dat:

“Hoe meer we liegen, dat wil zeggen afwijken van de waarheid die in de Natuur te vinden is, hoe minder we in staat zullen zijn de diepe dimensies van de Natuur waar te nemen. Het verborgen gezicht van de Natuur is dus een uitdrukking van haar morele dimensie, en die is even werkelijk als haar fysieke dimensie. We hebben deel aan het morele, niet omdat we mensen zijn, maar omdat we tot de Natuur behoren.

Bron: Wereldgeheimen.nl

donderdag 16 februari 2012

Onderzoekers activeren hersencellen met licht


Voor het eerst zijn wetenschappers erin geslaagd om zenuwcellen in het brein met behulp van licht te activeren. Dat biedt mogelijkheden!

Het is niet voor het eerst dat wetenschappers zenuwcellen activeren. Dat wordt namelijk al volop gedaan. Alleen worden daar nu elektroden voor gebruikt. Die methode is soms nogal ingrijpend, omdat de elektroden in het brein moeten worden geïmplanteerd of op de schedel moeten worden geplaatst. Een ander groot nadeel is dat deze methode een beetje ‘lomp’ is. De elektroden zijn namelijk niet in staat om één cel te activeren, maar hebben altijd invloed op meerdere cellen.

Alzheimer

Wetenschappers zouden graag op een minder ingrijpende manier één cel of ten minste één soort cel activeren. Dat laatste is belangrijk. Want door specifieke zenuwcellen in en uit te schakelen, kan de functie ervan precies achterhaald worden. En daarmee kunnen we weer meer leren over diverse afwijkingen in de hersenen. Denk bijvoorbeeld aan Alzheimer of Parkinson.

Stapje dichterbij

Wetenschappers schrijven nu in het blad Biomedical Optics Express dat ze een stapje dichter bij een precieze en minder ingrijpende methode om zenuwcellen te activeren, zijn gekomen. Hoe? Zij maakten gebruik van licht. En ook dat is niet helemaal nieuw. In het verleden hebben wetenschappers met licht al cellen geactiveerd. Maar die cellen moesten daarvoor wel eerst genetisch worden aangepast. En ook dat is niet ideaal.

Methode

De wetenschappers hebben nu echter een methode gevonden om cellen – zonder dat deze te hoeven worden aangepast – gestimuleerd kunnen worden. Ze maakten daartoe gebruik van kwantumdots (zie hieronder) In kwantumdots zitten elektroden gevangen. Wanneer deze worden blootgesteld aan licht, geven de kwantumdots een elektrische lading af. De onderzoekers brachten een kwantumdot heel dicht bij een cel en stelden de kwantumdot bloot aan licht. Deze gaf een elektrische lading af en die elektrische lading zorgde er weer voor dat de cel gestimuleerd werd.

Bron: Scientias.nl

maandag 16 januari 2012

Vier manieren om het lymfatisch systeem te laten circuleren

Ons hart werkt 24 uur per dag om het bloed rond te pompen. Het lymfatisch systeem is een gespecialiseerd onderdeel van de bloedsomloop dat het zonder een pomp moet stellen.

Kleppen zorgen ervoor dat lymfevloeistof één richting op stroomt. De circulatie is grotendeels afhankelijk van beweging.

Bloed voorziet cellen van voeding en zuurstof en lymfe verwijdert afval en ziektekiemen zoals virussen. De cellen baden in lymfevloeistof. Wanneer de vloeistof wordt vastgehouden stikken cellen zodat voedingsstoffen niet naar binnen kunnen en afval zich ophoopt.

Er zijn vier goede en simpele methoden om lymfevloeistof in beweging te krijgen en elk van de methoden helpt de cellen te voorzien van voedingsstoffen en te ontdoen van afvalstoffen.

Diep ademen

Diep diafragmatich ademen is mogelijk de beste manier om lymfevloeistof te laten circuleren. Adem langzaam in en duw de buik diep naar voren, adem daarna langzaam weer uit.

Door het grote drukverschil in de longen tijdens het in- en uitademen komt lymfevloeistof in beweging en sneller terug in de bloedbaan en de ondersleutelbeenaderen bij de basis van de nek. Door per dag 10 minuten diep, langzaam diafragmatisch te ademen wordt het bloed voorzien van zuurstof en circuleert lymfevloeistof.

Trampolinespringen

Een trampoline is een goede manier om lymfe door het lichaam te laten circuleren. Gedurende de sprong ervaart het lichaam een moment van zwaartekrachtloosheid waardoor alle kleppen in het lymfatisch systeem zich openen en de vloeistof verder kan stromen. Dit kan zelfs worden bereikt door op je tenen te veren.

Massage en beweging

Bij een lymfatische massage wordt zeer weinig druk uitgeoefend om de huid te bewegen en uit te strekken zodat lymfe door haarvaten stroomt die zich juist onder het huidoppervlak bevinden.

Masseer de huid in de richting van het hart. Elke vorm van beweging pompt lymfevloeistof rond vanwege de aanspanning van spieren. Zelfs lachen werkt goed om de vloeistof in beweging te krijgen.

Wonderolie

Om het lymfatisch systeem te stimuleren kun je wonderolie aanbrengen op je onderbuik of je lever. Gebruik een goede kwaliteit, koudgeperste olie.

De olie kan medicinaal worden toegepast in de vorm van bijvoorbeeld een wikkel. Doop een doek in de olie en druk deze tegen de huid. Zorg dat de olie niet kan druppen. Vanwege haar antibacteriële eigenschappen kan de olie vele keren opnieuw worden gebruikt.

Bron: Niburu.nl & Naturalnews.com