zondag 22 juli 2012

Howard Zinn over de menselijke natuur en agressie (Video ENG)



Bron: Zeitgeistbeweging.nl

donderdag 19 juli 2012

Compassie, goed voor ons



Bij alles wat we doen en laten, speelt onze attitude een sleutelrol in de manier waarop we alles ervaren. Naast Boeddhisten stellen nu ook wetenschappers dat compassie wel eens één van de belangrijkste dingen zou kunnen zijn die we hebben in ons bestaan.

Een Boeddhistische mythe vertelt het verhaal van een maaltijd in hemel en hel. Beide locaties zijn identiek ingericht met grote tafels vol lekkers. De vorken blijken echter veel te groot, waardoor het onmogelijk wordt om ermee te eten. In de hel blijft iedereen achter met oneindige frustraties en honger, terwijl ze in de hemel de lange vorken gebruiken om elkaar te voeden. Moraal van het verhaal: een beetje compassie brengt je verder. Ook de wetenschap blijkt eenzelfde conclusie te trekken, want hier volgen de bewezen voordelen van een beetje compassie.

1. Het maakt ons blij

Door gebruik te maken van MRI hersenscans kon neurowetenschapper Jordan Grafman van het National Insitute of Health aantonen dat de pleziercentra in het brein (die ook geactiveerd worden wanneer we vrijen of van een dessert genieten) net zo actief zijn wanneer we iemand observeren die geld aan een goed doel geeft dan wanneer we zelf geld mogen ontvangen.

Uit een ander onderzoek blijkt dat iets doen voor een ander ons zelfs gelukkiger maakt dan bijvoorbeeld iets voor onszelf te kopen. Professor Michael Norton van de Harvard Business School liet deelnemers geld uitgeven aan zichzelf en een andere groep moest dezelfde som spenderen aan iemand anders. Achteraf bleek dat de tweede groep zich veel gelukkiger voelde.

Zelfs bij kinderen zo jong als twee geldt dat wat medeleven tonen voor een andere gelukkig maakt. Zo ondervond Elizabeth Dunn van de universiteit van British Columbia dat peuters gelukkiger zijn wanneer ze snoepjes kunnen uitdelen, dan wanneer ze die ontvangen.

2. Het is aantrekkelijk

Hoewel ze in de wereld van de marketing liever antirimpelcrèmes en spierbevorderende proteïneshakes promoten voor het vinden van je 'soulmate', blijkt uit onderzoek dat zowel vrouwen als mannen een zachtaardig hart extreem aantrekkelijk vinden. In een studie naar de voorkeuren bij daten werd ontdekt dat goedheid en vriendelijkheid voor iedereen belangrijke karaktertrekken zijn.



3. Het werkt aanstekelijk

Jonathan Haidt van de universiteit van Virginia ging kijken waarom mensen als Moeder Theresa en Martin Luther King zo inspirerend zijn. Uit zijn bevindingen blijkt dat we emotioneel 'verheven' worden wanneer we iemand zien die een ander helpt. Ooit al een traantje gelaten bij het zien van een medelevend gebaar? Volgens Haidt is het net dat wat ons inspireert om zelf compassie te tonen waardoor een kettingreactie van geven en helpen ontstaat.

Hierop voortbouwend stellen experten dat het ook goed is voor onze maatschappij. Zorg dragen voor vrienden, collega's, buren en zelfs wildvreemden op straat is niet alleen goed voor jou, maar ook voor je leefwereld. En aangezien het toch 'besmettelijk' is, kunnen we het maar beter ver verspreiden, niet?

4. Het is gezond

Medeleven tonen en hulpvaardig zijn zou niet alleen gelukkiger maken, het leidt bovendien tot een langer en gezonder leven. Dat blijkt uit een studie van de universiteit van Michigan bij 400 bejaarden. Wie het meeste compassie toont, bleek gezonder te zijn en langer te leven. Zowel positieve emoties als sociale connecties hebben een goede en beschermende invloed op onze gezondheid. Uit een andere studie was al gebleken dat je afzonderen van anderen even ongezond zou zijn als roken, overgewicht en een te hoge bloeddruk.

5. Het helpt tegen een dipje

Denk maar eens aan een moment waarop je in een dip zat en een vriendin of familielid je belde omdat ze je hulp nodig had. Op 1, 2, 3 vergeet je de zorgen en focus je jezelf op het helpen van anderen. Achteraf geeft het je bovendoen nog een energiestoot extra. Psychologisch onderzoek toonde al meermaals aan dat depressies en angstgevoelens vaak gekoppeld zijn aan een focus op het zelf, de 'me, myself an I'-mentaliteit. Iets doen voor een ander onderbreekt deze toestand echter onmiddellijk.

4G/LTE mobiel internet en WiFi, de grootste pandemie ooit?!

(Martin Möhrke | FAIM - Foundation for Alternative and Integrative Medicine) Nog steeds staan veel mensen niet stil bij de mogelijke gevolgen die zij op termijn zullen ondervinden door de blootstelling aan mobiele telefoons, draadloze netwerken en andere stralingsproducerende apparatuur. Uiteraard met uitzondering van mensen die acute klachten hebben en die deze daar zelf aan relateren. Maar dat is een kleine groep. Uiteindelijk ontkomt geen levend wezen aan de invloed van onnatuurlijke straling op de celstructuren in het lichaam.

Er zijn eindelijk enkele Europese landen die maatregelen treffen om hun bevolking te beschermen, onder andere door voorlichting en verplichte waarschuwingen op verpakkingen van mobiele apparatuur. In Frankrijk bijvoorbeeld geldt op scholen een verbod op de GSM voor kinderen tot en met 14 jaar. De Raad van Europa heeft een resolutie aangenomen waarin zij een totaalverbod adviseert op mobiele telefoons en draadloos internet op scholen (Bron: Council of Europe, Document No. 12608, 6 mei 2011). Helaas wordt met deze resolutie in Nederland nog niets gedaan en duurt het mogelijk nog jaren voordat daar verandering in komt.

En dat terwijl er in de praktijken van artsen en andere medici steeds meer mensen komen met chronische, schijnbaar onverklaarbare klachten. Uit metingen met nieuwe medische apparatuur, bloedwaardes of uit een speekselanalyse blijkt dat de oorzaak anno 2012 bij één op de drie patiënten stralingsbelasting is. Helaas is dit nog niet goed doorgedrongen bij veel medici. Toch was al in 2002 circa één op de 30 patiënten stralingsbelast. Inmiddels is dat dus één op drie geworden. Bij 300 mensen met chronische klachten bleek uit onderzoek dat in 138 gevallen de belangrijkste oorzaak straling was. Schrikbarend. Sinds de grootschalige invoering van 3G en WiFi/hotspots is het probleem dus nog vele malen erger geworden. We mogen ons afvragen wat na het uitrollen van de vierde generatie 4G/LTE mobiel netwerk gebeurt.

Tijdens metingen in het bloed zien we bij blootstelling aan (niet-ioniserende) straling enorme veranderingen in onder andere de bijnierbloedwaarden en het cortisolgehalte, maar ook in allerlei andere bloedwaarden evenals in de bloeddruk. Ook de waardes in een Heart Rate Variability-meting veranderen direct bij blootstelling aan een of meer verschillende vormen van niet-ioniserende straling. Bij diverse metingen met andere medische apparatuur ziet men ook veranderingen op allerlei niveaus. Zo is bijvoorbeeld met MRI/PET- en infraroodscans binnen enkele seconden veranderingen in de hersenen of een veranderde temperatuur van de huid waar te nemen. Bij experimenten met plankton en het blootstellen aan WiFi en/of 3G/4G straling blijkt dat plankton binnen enkele dagen dood of vervormd is. Bij WiFi duurt dat circa 96 uur, bij 3G circa 72 uur en bij 4G gebeurt dat binnen 48 uur. Wat doet het dan met onze cellen?

Lees verder op: Earth-matters.nl

De Kracht van onze vermogens. Waartoe zijn wij in staat?

Door Marieke Pril ©2012

Tot voor kort was de algemene filosofie die ten grondslag lag aan de behandeling van ziekten het idee dat genezing het beste bereikt kon worden door het natuurlijke, lichaamseigen mechanisme van zelf herstel te versterken. De visie van de hedendaagse, westerse geneeskunde echter heeft de focus verschoven van het versterken van het menselijk lichaam naar het kunstmatig reguleren ervan; en van het genezen van het menselijk lichaam, naar het vernietigen van de binnendringende lichamen van specifieke (ziekmakende)organismes. Misschien is dit, met mate, een wijze en passende tactiek voor onze tijd, een tijd waarin het menselijk immuunsysteem voor onoverkomelijke uitdagingen staat en komt te staan. Maar durven we zo roekeloos en onbedachtzaam af te stevenen op het compleet afschrijven van de krachten van ons eigen lichaam?



Het lichaam beschikt over een oneindige wijsheid en grote ‘legers’ die ziekten kunnen overwinnen, het leven kunnen verlengen, tegenspoed kunnen overwinnen, en wonderen kunnen verrichten.

Hoe is het de mens ooit gelukt zoveel woeste aanvallen van ziekten, epidemieën, honger en ontreddering te doorstaan zonder de hulp van moderne medicatie, geschoolde artsen en geavanceerde chirurgie?

Als wat in de Bijbel staat kan worden aangenomen voor waarheid, dan strekte de levensduur van individuen in die tijd zich uit tot ver voorbij onze hedendaagse concepten hierover. Zeer recente gegevens tonen tevens aan dat ‘primitieven’ die niet ten prooi vielen aan roofdieren of natuurlijke rampen een veel hogere levensverwachting hadden dan de Moderne Mens (heeft).

Wat hebben we verloren toen er door beschaving eisen werden opgelegd aan ons natuurlijk instinct?

Wat heeft de mensheid vergezeld tijdens zijn miraculeuze reis van een bestaan in de bomen, tot de randen van de wereld en naar de overkant van de Savannen? Ons hoogontwikkelde brein en het vermogen zijn fysiologische zijn te beïnvloeden; dat is onze zegen.

In dit opzicht zijn mensen uniek. Alle levensvormen zijn toegerust met immunologische systemen die overleving van de soort verzekeren. Alleen de mens is twee keer gezegend als bezitter van een brein dat in harmonie kan samenwerken met lichamelijke functies en deze kan sturen, fenomenen die slechts zelden erkend of begrepen zijn.

Maar de wonderlijke krachten van de geest, hoewel in staat aangewend te worden om virale en bacteriële indringers te bevechten, daarbij energieën oproepend vanuit de diepste labyrinten van de geest, kunnen tevens op een dwaalspoor raken en stress, depressie en ziekte veroorzaken.

Zelfheling en zelfvernietiging

De dualiteit van de menselijke aard werd duizenden jaren geleden al erkend evenals de enorme krachten van zelfheling. Door de eeuwen heen zijn we helaas, stukje bij beetje, deze kostbare wetenschap kwijtgeraakt.

Dat we in staat zijn tot zelfheling en zelfvernietiging is een waarheid die werd gebruikt en begrepen door filosofen, religieuze leiders, dokters en zelfs kwakzalvers. We zijn zowel begunstigde als slachtoffer van dit unieke vermogen.

Hippocrates sprak vaak over de rol die artsen kunnen spelen door samen te werken met de natuur.

Hij merkte op dat ‘dokters slechts de spalk aanbrengen; de natuur heelt de gebroken botten’.

En zoals Plato observeerde: ‘De grote fout in behandeling van het menselijk lichaam is dat artsen onbekend zijn met ‘het geheel’. Want een deel kan nooit gezond zijn als het geheel niet gezond is.’

Sigmund Freud sprak over het conflict binnen de menselijke aard, de levenskracht verstrengelt in een constant gevecht met de doodskracht. Hij bestempelde deze als: Libido en destrudo.

Zij, en anderen die hun visie deelden, waren in staat de waarheid te begrijpen die de moderne wetenschap nu ook langzaam maar zeker begint te erkennen, dat lichaam en geest niet gescheiden zijn, maar reageren op elkaar, positief en negatief. We hebben het vermogen onszelf ziek te maken. We kunnen ons zelf ook genezen. We hebben dynamische, onbewuste krachten tot onze beschikking.

Hoewel slechte eetgewoonten, een schadelijk milieu, en blootstelling aan infecties onze fysieke weerstand kunnen verminderen, kunnen de vermogens van de geest en hun invloed op de fysiologische processen beslissend zijn.

Dit is geen onconventioneel concept bedoeld om de waarde van de wetenschappelijke ontwikkeling te denigreren. Artsen uit de antieke wereld kenden en praktiseerden dat wat we nu psychosomatische geneeskunde noemen. Het is dus geen nieuwe wetenschap, maar een die te vaak genegeerd is.

Oude opvattingen met betrekking tot helen

Genezers uit het verleden, die het aan krachtige medicijnen ontbrak, werden gedwongen meer tijd te besteden aan het overdenken van de kwalen van hun patiënten. Ze ontdekten tevens dat fysieke ziekten nauw gerelateerd waren aan emoties en persoonlijke relaties.

Voor een goede gezondheid, zo geloofden ze daarom, was het dus nodig dat mensen met zichzelf en hun omgeving in harmonie leefden. Gezond zijn is in staat zijn veranderingen en tegenspoed het hoofd te bieden met een positieve en uitdagende instelling.

Deze waarheden werden goed begrepen, maar werden vaak gekoppeld aan religieuze, occulte of esoterische rituelen waardoor de patiënt nog sterker in de waarschijnlijkheid van de genezing ging geloven.

In vroege beschavingen werd algemeen aangenomen dat pijn of ziekte kon worden veroorzaakt door geesten of demonen. Vandaag de dag geloven veel mensen dit nog steeds. Wanneer genezingen, remedies gerealiseerd worden, zijn er krachten aan het werk die een combinatie zijn van geloof en overtuiging. Hoe de blinden weer geïnspireerd werden te zien, verlamden om weer te lopen en stervenden geïnspireerd werden weer in het leven te komen bezien sommigen met cynisch ongeloof, maar deze wonderen zijn gebeurd en blijven voorkomen waardoor wetenschappers hebben erkend geloof te hechten aan de mogelijkheid dat het lichaam zichzelf kan genezen.

In het oude Griekenland vertrouwden Tempels van Genezing op vasten, bidden, slaap en psychologische suggestie om genezing te realiseren. Veel van die ideeën vinden hun tegenhanger in moderne concepten van holistische geneeskunde die gebruik maken van de modaliteiten van voeding, biofeedback, hypnose, acupunctuur en psychoanalytische therapie.

Helaas zijn de ontdekkingen van de Grieken en andere verlichte samenlevingen uit de oudheid uiteindelijk weggevaagd in een afgrond van onwetendheid tijdens de duistere middeleeuwen, toen wetenschappelijke rationaliteit in onbruik raakte.

Er waren echter geïsoleerde ‘eilanden’ van wetenschap in de 12e eeuw, zoals het werk van Maimonides, de Hebreeuwse arts en geleerde die de relatie onderzocht tussen ziekte en emotie. Zijn verhandelingen over astma ten gevolge van emotionele stress zijn gelijk aan vele van de moderne proefschriften.

De opkomst van wetenschappelijke psychosomatische geneeskunde

De 19e eeuw luidde een kortzichtige denkwijze in; men stond erop dat als een ziekte niet kon worden bestudeerd onder een microscoop of in een testbuisje, deze niet bestond. Pas rond 1890 verschenen er mensen ten tonele die een verband legden tussen ziekten die niet konden worden geconstateerd en emotioneel conflict. Pioniers op dit gebied waren Jean Martin Charcot, en Sigmund Freud. Hun werk zou uiteindelijk leiden tot de opleving van antieke concepten die tot de moderniteit gebracht werden als psychosomatische geneeskunde (psycho-geest; soma-lichaam).

In de jaren dertig van de vorige eeuw gaf een nieuwe groep van pioniers opnieuw een boost aan deze ideeën en begonnen met onomstotelijke bewijzen te komen dat psychisch conflict de voorbode kon zijn van lichamelijke ziekte. Onder hen bevonden zich o.a. Howard Dunbar en het vooraanstaande team van English en Weiss.

De nadruk, tot omstreeks 1950, lag op de formule dat mentaal conflict leidde tot somatische ziekte. Tijdens die periode werd er een bescheiden maar monumentaal werk gepubliceerd die generaties van wetenschappers zou omleiden richting andere aspecten van de psychosomatische geneeskunde.

Het boek met als titel ‘De wil om te leven’, geschreven door Dr. Hutschnecker blies de concepten van Freud over de dualiteit van de menselijke aard nieuw leven in, en suggereerde dat binnen in ons een constante worsteling plaatsvindt tussen de wil om te leven en de wil om te sterven. Hutschnecker ging zelfs nog een stukje verder, hij toonde aan dat we de wil tot leven kunnen aanwenden om onszelf te drijven tot een goede gezondheid, om ziekten te overwinnen en ook om gebruik te maken van de juist gerichte levenskracht om succes te bereiken in ons dagelijks leven.

Wij kunnen onze ziekten selecteren; Ook zijn we in staat de tijd waarop we sterven te selecteren, zo gelooft Dr. Hutschnecker. Sindsdien zijn er vele studies verschenen die deze theorie bevestigen; kankerpatiënten, voor een groot deel, voldoen aan dit profiel, evenals slachtoffers van maagzweren , patiënten met diabetes, hartpatiënten en een breed scala aan invaliden wiens ziekten psychosomatisch begonnen en zich vervolgens ontwikkelden tot bonafide rampen.

Zelfheling: Meer dan een theorie

De medische wereld geeft toe dat ongeveer 50% van alle ziekten, wanneer met rust gelaten, uiteindelijk uit zichzelf zullen genezen.

Zeer tot hun eigen verrassing getuigen kankerspecialisten van een aanzienlijk aantal patiënten die ‘in remissie gaan’ of kankervrij zijn of wiens klachten voor zeer lange tijd verdwijnen.

Moeten we onszelf ermee tevreden stellen deze gevallen van zelf heling te beschouwen als slechts mysterieuze gebeurtenissen, of kan de mogelijkheid dat er hier Vitale Krachten aan het werk zijn serieus worden overwogen?

Liefde en licht

Marieke Pril

Bron: Mariekepril.nl via Star-People.nl

zondag 15 juli 2012

‘Afstammelingen van slaven hebben een superieur atletisch gen en pakken de medailles in Londen’

Viervoudig Olympisch gouden medaillewinnaar Michael Johnson is ervan overtuigd dat hij zijn succes te danken heeft aan zijn afkomst. Johnson is een afstammeling van de slaven uit West Afrika en deze personen beschikken over een ‘superieur atletisch gen’. Daarom zullen de donkere sprinters uit Amerika en Jamaica domineren op de Spelen. Dit zegt Johnson in de Daily Mail.

Wetenschappers geloven dat afstammelingen van de slaven inderdaad sterker zijn. Alleen de sterkste Afrikanen werden geselecteerd en met boten naar Amerika en het Caribisch gebied vervoerd. De reis naar Jamaica zou het zwaarst zijn geweest door het zuurstofgebrek aan boord van het schip. Alleen de sterkste slaven overleefden zo’n reis.

Johnson tegenover de Daily Mail: ‘Mijn hele leven geloofde ik dat ik een succesvolle atleet was door mijn eigen toewijding, maar het is onmogelijk te denken dat mijn afkomst geen invloed heeft gehad.’

Bron: Daily Mail & Business Insider via Welingelichtekringen.nl

Zo beschermen aardbeien ons tegen hart- en vaatziekten

Het is al enige tijd bekend dat aardbeien ons beschermen tegen onder meer hart- en vaatziekten en diabetes. En nu is dan eindelijk duidelijk geworden hoe de zomerkoninkjes dat doen.

Extracten van aardbeien blijken een eiwit dat zich reeds in ons lichaam bevindt, te activeren. Het gaat om het stofje Nrf2. Het verhoogt niet alleen de hoeveelheid antioxidanten in ons lijf, maar zet ook allerlei andere beschermende processen in werking. Zo vermindert het eiwit bijvoorbeeld de hoeveelheid cholesterol.

Geen schuldgevoel

“We hebben ontdekt hoe aardbeien onze ingebouwde verdediging om cellen, organen en bloedvaten gezond te houden, versterkt,” stelt onderzoeker Paul Thornally, werkzaam aan de Warwick Medical School. “Dus voel je niet schuldig over het serveren van aardbeien en slagroom, ook al zou ik meer aardbeien en minder slagroom of zelfs helemaal geen slagroom kunnen aanbevelen!”

De onderzoekers zijn voornemens hun studie naar de aardbei verder uit te breiden. Zo willen ze nog gaan achterhalen welke soorten aardbeien het beste zijn, hoeveel u er het beste kunt eten en hoe ze dan geserveerd moeten worden.

Diabetes

Uit eerdere onderzoeken was al gebleken dat aardbeien slecht cholesterol bestreden en ook het glucoseniveau in het bloed onder controle hielden. Zo verlagen de zomerkoninkjes de kans op diabetes en hartziekten. Het is echter voor het eerst dat wordt aangetoond dat extracten van aardbeien eiwitten die ons tegen ziekten beschermen, stimuleren.

Bron: Scientias.nl

Het einde van therapie kies voor liefde

Elke maatschappij uit haar vooronderstellingen over de menselijke aard op een andere wijze. Van oudsher zijn het mythen, rituelen en religie die verklaren hoe een bepaalde groep mensen de mogelijkheden en beperkingen van het menselijk handelen beschouwt. In de moderne Westerse cultuur is de psychotherapie echter de sterkste kracht geworden die bepaalt hoe we onszelf en de wereld zien. Therapie is meer dan slechts een klinische procedure: het is een cultuur op zichzelf geworden. En de belangrijkste aanname van deze nieuwe cultuur is dat de emotionele toestand van mensen de bron is van de meeste van hun problemen. De therapiecultuur formuleert de ervaring van het dagelijks leven als een strijd die gewone mensen zonder professionele begeleiding niet kunnen overleven. Gesteld wordt dat onze gewone ondersteunende netwerken – vrienden, familie, buren – niet sterk genoeg zijn om in onze behoeften te voorzien. Integendeel, de therapiecultuur suggereert dat onze naasten vaak juist de bron van onze emotionele problemen zijn. Daarom worden we in toenemende mate ontmoedigd onze problemen zelf of in samenwerking met vrienden of familieleden aan te pakken. We leven tegenwoordig in een tijdperk van adviseurs, bemiddelaars, trainers, mentoren, ouderbegeleiders en analytici. De bevordering van professionele oplossingen voor alledaagse problemen wordt gedreven door deze nieuwe culturele visie die leert dat we zelf kwetsbaar zijn en dat we niet genoeg hulpmiddelen hebben om het leven aan te kunnen. Therapeuten en adviseurs van allerlei soorten geven voortdurend het signaal af dat de condition humaine wordt gekenschetst door kwetsbaarheid en dat mensen moeilijke emotionele problemen niet zonder deskundig advies zouden moeten aanpakken. Daardoor zijn we in ons persoonlijke leven zo sterk afhankelijk geworden van ‘hulpverleners’.

Lees verder op: NL.Odemagazine.com